Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 1 april 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:88Zaaknummer BON202600167
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Publicatiedatum
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- BON202600167
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Moeder wordt belast met het gezag op grond van artikel 1:253b BW BES
5 De beslissing
Het gerecht:
ontslaat [belanghebbende], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] uit de voogdij over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats],
belast de moeder, [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats], met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats],
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
verstaat dat de griffier de beslissingen onder 5.1. en 5.2. aantekent in het gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en is op
1 april 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier en is diezelfde dag op schrift gesteld.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600167
datum beslissing: 1 april 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te Bonaire,
verzoekster, hierna ook: de moeder,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige]).
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende], wonende te Curaçao,
hierna ook: de voogdes.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend: de Voogdijraad Caribisch Nederland, hierna: de Voogdijraad.
1 De procedure
De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 31 maart 2026;
- de mondelinge behandeling van 1 april 2026 waarbij de moeder en de voogdes zijn verschenen (de voogdes via telefoonverbinding). Namens de Voogdijraad was mevrouw [medewerker voogdijraad] aanwezig.
Na de mondelinge behandeling is meteen uitspraak gedaan.
2 De feiten
De moeder was ten tijde van de geboorte van [minderjarige] minderjarig en was daardoor onbevoegd om het gezag over haar uit te oefenen. Daarom is de oma aan moederszijde benoemd tot voogdes over [minderjarige].
De moeder is inmiddels meerderjarig, zodat zij bevoegd is het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit te oefenen.
3 Het verzoek
Het verzoek strekt ertoe dat de moeder met het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt belast.
4 De beoordeling
Op grond van artikel 1:253b lid 2 van het Burgerlijk Wetboek BES (BW) verkrijgt de moeder die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag dit van rechtswege op het tijdstip waarop zij daartoe bevoegd wordt, tenzij op dat tijdstip een ander met het gezag is belast. Lid 3 van genoemd artikel opent voor de tot het gezag bevoegde ouder de mogelijkheid het gerecht te verzoeken haar met het gezag over het kind te belasten. Op grond van lid 5 van voornoemd artikel wordt, wanneer een voogd het gezag uitoefent, dit verzoek slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
De moeder is inmiddels meerderjarig, zodat zij bevoegd is het ouderlijk gezag uit te oefenen. De voogdes heeft ingestemd met het verzoek van de moeder. Ook de Voogdijraad heeft geen bezwaren geuit tegen het toekennen van het ouderlijk gezag aan de moeder.
Nu niet is gebleken dat er gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloos, zal het verzoek worden toegewezen.
5 De beslissing
Het gerecht:
ontslaat [belanghebbende], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] uit de voogdij over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats],
belast de moeder, [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats], met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats],
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
verstaat dat de griffier de beslissingen onder 5.1. en 5.2. aantekent in het gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en is op
1 april 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier en is diezelfde dag op schrift gesteld.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.