Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 maart 2026

ECLI:NL:OGEABES:2026:71Zaaknummer BON202400435 en BON202400436

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
BON202400435 en BON202400436
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling

3 De beslissing

Het gerecht:

3.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2009, te [geboorteplaats], [geboorteland] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], [geboorteland], tot 15 januari 2027.

3.2.

verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissing onder 3.1.

3.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is door mr. R.P.P Hoekstra, rechter, uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 27 maart 2026 op schrift gesteld.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummers: BON202400435, BON202400436

datum beslissing: 25 maart 2026

op verzoek van:

ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND,

gevestigd te Bonaire,hierna ook: ZJCN,

met betrekking tot de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2009, te [geboorteplaats], [geboorteland], hierna: [minderjarige 1],

en

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], [geboorteland],hierna: [minderjarige 2].

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder], wonende te Bonaire,hierna: de moeder.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Op 12 januari 2026 heeft het gerecht een (tussen)beschikking gegeven waarbij de

ondertoezichtstelling van de minderjarigen is verlengd tot 1 april 2026 en de beslissing voor het overige – te weten de periode van 1 april tot en met 15 januari 2027 is aangehouden.

1.2.

De voortgezette mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij is de moeder verschenen. Namens de Voogdijraad is de heer [medewerker voogdijraad] verschenen en namens ZJCN mevrouw [medewerker ZJCN].

1.3.

De rechter heeft na afloop direct mondeling uitspraak gedaan.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De moeder heeft zich verzet tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder heeft van het gerecht op 12 januari 2026 de gelegenheid gekregen te laten zien dat zij, terwijl ZJCN op afstand blijft, de hulpverlening en schoolgang van [minderjarige 2] in stand kan houden en dat zij dagbesteding en – waar haalbaar – begeleiding door MHC van [minderjarige 1] tot stand kan brengen. De moeder heeft ter zitting verklaard dat het met [minderjarige 2] goed gaat. Zij gaat naar school en naar de naschoolse opvang. Met [minderjarige 1] zijn nog steeds dezelfde problemen; zij gaat niet naar school en heeft geen dagbesteding. De moeder probeert nog steeds werk te vinden voor [minderjarige 1]. Begeleiding van [minderjarige 1] door MHC is niet tot stand gekomen.

2.2

De Voogdijraad en ZJCN hebben verklaard dat het met [minderjarige 2] redelijk gaat en dat er over [minderjarige 1] inderdaad nog steeds ernstige zorgen bestaan. Ook wordt door de Voogdijraad en ZJCN aandacht gevraagd voor de leerplicht van [minderjarige 1]. Zowel Voogdijraad als ZJCN vinden een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.

2.3.

Het gerecht stelt vast dat, ondanks de inspanning van de moeder en met de jeugdzorg op afstand, het de moeder niet is gelukt om verbetering te brengen in de situatie van met name [minderjarige 1]. De kinderen dreigen hierdoor op te groeien in omstandigheden dat hun zedelijke of geestelijke belangen of hun gezondheid ernstig worden bedreigd. Het lukt moeder – zo moet worden geconcludeerd – niet om zonder gedwongen hulp voldoende verandering in de situatie te brengen. Zij heeft ter zitting verklaard dat zij wel hulp zoekt, maar dat zij onvoldoende medewerking krijgt van instanties. Ter zitting is ook gebleken dat de persoonlijke problemen van moeder – die toch al zwaar belast was – zijn toegenomen. Zij is zowel haar baan als haar huis verloren en heeft een nieuwe baan en een nieuw huis gevonden, wat veel energie kost. Het gerecht is gelet op het voorgaande van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog onverminderd aanwezig zijn en dat een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is. Moeder heeft juist de hulp van ZJCN nodig om de benodigde hulp voor de minderjarigen te organiseren en te waarborgen en zo de bedreiging van hun ontwikkeling te kunnen afwenden. Dat het, zoals moeder zegt, “ook ZJCN niet lukt om iets te veranderen” is geen reden de ondertoezichtstelling niet te verlengen. Dan zouden [minderjarige 2] en met name [minderjarige 1] immers worden ‘opgegeven’. Het gerecht is echter van oordeel dat juist alle mogelijkheden moeten worden benut om ervoor te zorgen dat het gezin de juiste hulpverlening krijgt aangeboden; desnoods in een verplicht kader. Daarom zal het gerecht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen tot 15 januari 2027.

3 De beslissing

Het gerecht:

3.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2009, te [geboorteplaats], [geboorteland] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], [geboorteland], tot 15 januari 2027.

3.2.

verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissing onder 3.1.

3.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is door mr. R.P.P Hoekstra, rechter, uitgesproken op 25 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 27 maart 2026 op schrift gesteld.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.