Uitspraak · Civiel recht
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 19 juni 2026
ECLI:NL:OGEABES:2026:147Zaaknummer BON202600170
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum uitspraak
- 19 juni 2026
- Publicatiedatum
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- BON202600170
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige omgangsregeling en onderzoek naar gezagssituatie en definitieve omgangsregeling.
4 De beslissing
Het gerecht:
verstaat dat voorlopig de huidige omgangsregeling tussen [de minderjarige] en de man wordt voorgezet, die luidt als volgt:
- maandag en woensdag haalt de man [de minderjarige] op van de crèche en verblijft [de minderjarige] tot 18.00 uur bij de man;
- [ de minderjarige] verblijft één zaterdag per twee weken bij de man;
houdt de verzoeken met betrekking tot het gezag en een definitieve omgangsregeling aan tot de zitting van 16 september 2026 om 15.30 uur en bepaalt dat deze beschikking voor partijen en de Voogdijraad geldt als een oproeping om dan te verschijnen;
bepaalt dat de Voogdijraad uiterlijk een week voor 16 september 2026 de raadsrapportage indient bij de griffie van het gerecht.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 3 juli 2026 op schrift gesteld.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600170
datum beslissing: 19 juni 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de man],
wonend te Bonaire,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas
tegen
[de vrouw]
wonend te Bonaire,
hierna: de vrouw,
procederend in persoon.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).
1 Het procesverloop
Het verzoekschrift van de man is met bijlagen op 1 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.
Op 17 juni 2026 heeft de gemachtigde van de man aanvullende producties op de griffie ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. De man is met zijn gemachtigde verschenen en de vrouw in persoon. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen. Tevens was, met toestemming van de man, de zus van de vrouw aanwezig.
Daarna heeft de rechter direct mondeling de navolgende beslissing meegedeeld.
2 De feiten
Uit de affectieve relatie tussen partijen is het volgende thans nog minderjarige kind geboren: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].
De man heeft [de minderjarige] erkend.
3 Het verzoek en de beoordeling
Verzoek
De man heeft het gerecht verzocht te bepalen dat partijen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uitoefenen en dat een evenwichtige omgangsregeling van 50/50 wordt vastgesteld. Ook verzoekt de man te bepalen dat de verplichting tot het betalen van kinderalimentatie vervalt.
Beoordeling
De tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, kan de rechter in eerste aanleg verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten (art. 1:253c BW BES).
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er op dit moment onvoldoende vertrouwen is tussen partijen om afspraken met elkaar na te komen. Het gerecht overweegt dat dit vertrouwen noodzakelijk is om samen het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit te kunnen oefenen. Ook bij de totstandkoming van een omgangsregeling als verzocht is vertrouwen in gemaakte afspraken heel belangrijk. Het gerecht is van oordeel dat meer informatie nodig is om een beslissing te nemen over de gezagssituatie en een omgangsregeling en verzoekt de Voogdijraad hiernaar onderzoek te doen. Daarom zal het gerecht iedere verdere beslissing aanhouden tot de zitting van 16 september 2026 om 15.30 uur.
Gedurende het onderzoek zal in ieder geval de huidige omgangsregeling worden voortgezet. Dat betekent dat op de maandag en de woensdag de man [de minderjarige] ophaalt van de crèche en dat [de minderjarige] dan tot 18.00 uur bij de man blijft. Ook zal [de minderjarige] één zaterdag per twee weken bij de man verblijven.
4 De beslissing
Het gerecht:
verstaat dat voorlopig de huidige omgangsregeling tussen [de minderjarige] en de man wordt voorgezet, die luidt als volgt:
- maandag en woensdag haalt de man [de minderjarige] op van de crèche en verblijft [de minderjarige] tot 18.00 uur bij de man;
- [ de minderjarige] verblijft één zaterdag per twee weken bij de man;
houdt de verzoeken met betrekking tot het gezag en een definitieve omgangsregeling aan tot de zitting van 16 september 2026 om 15.30 uur en bepaalt dat deze beschikking voor partijen en de Voogdijraad geldt als een oproeping om dan te verschijnen;
bepaalt dat de Voogdijraad uiterlijk een week voor 16 september 2026 de raadsrapportage indient bij de griffie van het gerecht.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 3 juli 2026 op schrift gesteld.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.