Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 9 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:900Zaaknummer 25/00523
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Publicatiedatum
- 9 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/00523
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Medeplegen (voorbereiding van) moord, meermalen gepleegd (art. 289 Sr) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Rechtmatigheid van kroongetuigeovereenkomst en verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM vanwege verlaagde basisstrafeis. 2. Vormverzuimen o.b.v. ‘Landeck’ en ‘Prokuratuur’, art. 359a Sv. 3. Heeft hof verzuimd te beslissen op verzoek ex art. 297.1 Sv tot stellen van kroongetuige tegenover andere getuige? 4. Bewijsklacht medeplegen moord. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. alternatief scenario m.b.t. aanwezigheid van celmateriaal op hulzen die op plaats van moord zijn veiliggesteld, art. 359.2 Sv. 5. Bewijsklacht medeplegen voorbereiding van moord. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat voorbereidingshandelingen strekten tot moord op A? 6. Bewijsklachten medeplegen voorbereiding van moord t.a.v. uitleg van verklaringen van kroongetuige, denaturering van de voor bewijs gebruikte verklaring van getuige, vaststelling dat verdachte een bestelbus voorhanden had en alternatief scenario. 7. Bewijsklacht deelnemen aan criminele organisatie t.a.v. opzet van verdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00659, 25/00667, 25/00689 en 25/00690.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00523
Datum 9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003039-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten S.F.W. van 't Hullenaar en J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHARL:2025:501 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2026:292 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:292 Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2026 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.