Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 6 februari 2026

ECLI:NL:HR:2026:190Zaaknummer 24/04383

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
24/04383
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1, aanhef en onder b, BW).

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- bepaalt de datum waarop de huurovereenkomst eindigt, alsmede de datum waarop Centre Hotel de bedrijfsruimte moet hebben ontruimd, op 1 juni 2026;

- veroordeelt Centre Hotel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Centre Hotel deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 februari 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/04383

Datum 6 februari 2026

ARREST

In de zaak van

AMSTERDAM-INN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: Centre Hotel,

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

[verhuurder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verhuurder],

advocaat: R.L.M.M. Tan.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

a. zijn arrest in de zaak 20/04149 van 1 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:494);

b. het arrest in de zaak 200.327.320/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2024.

Centre Hotel heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verhuurder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Centre Hotel heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald, is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- bepaalt de datum waarop de huurovereenkomst eindigt, alsmede de datum waarop Centre Hotel de bedrijfsruimte moet hebben ontruimd, op 1 juni 2026;

- veroordeelt Centre Hotel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Centre Hotel deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 februari 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.