Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 8 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1050Zaaknummer 23/02822
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 juli 2025
- Publicatiedatum
- 8 juli 2025
- Zaaknummer
- 23/02822
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Medeplegen opzettelijk professioneel vuurwerk in grote hoeveelheden opslaan en/of voorhanden hebben en opzettelijk vuurwerk voorhanden hebben buiten daartoe vergunde inrichting, art. 9.2.2.1 Wet milieubeheer en art. 1.2.4.1 Vuurwerkbesluit (oud). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM dan wel bewijsuitsluiting wegens schending van beginselen van behoorlijke procesorde, omdat geen tegenonderzoek mogelijk is t.a.v. vraag of sprake is van professioneel vuurwerk, nu vuurwerk is vernietigd, art. 359a Sv. 2. Bewijsklachten voorhanden hebben van vuurwerk buiten inrichting t.a.v. drijver van inrichting en opzet op het zonder vergunning voorhanden hebben van vuurwerk. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02822 E
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 11 juli 2023, nummer 23-001264-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en S. Arts bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de verdachte hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1662 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2025:636 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2025:636 Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1662 Gerechtshof Amsterdam, 11 juli 2023 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.