Uitspraak · Insolventierecht
Hoge Raad, 24 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:747Zaaknummer 23/01909
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 24 mei 2024
- Publicatiedatum
- 24 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/01909
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Faillissementsrecht. Faillissementspauliana. Art. 42 Fw. Samenstel van rechtshandelingen? Zijn schuldeisers door geldlening benadeeld?
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 mei 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01909
Datum 24 mei 2024
ARREST
In de zaak van
Cornelis Hendrik Johannes VAN DER MAAS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van HODN I B.V.,
kantoorhoudende te Haren,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: M.A.J.G. Janssen,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/18/197159 / HA ZA 20-26 van de rechtbank Noord-Nederland van 22 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.304.822/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2023.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 mei 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:326 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2023:1769 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:326 Parket bij de Hoge Raad, 22 maart 2024 (insolventierecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:1769 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 februari 2023 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.