Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 12 april 2024
ECLI:NL:HR:2024:572Zaaknummer 23/01679
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 april 2024
- Publicatiedatum
- 12 april 2024
- Zaaknummer
- 23/01679
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Procesrecht; art. 8:75 Awb; art. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht en onderdeel C van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht; proceskostenveroordeling, wegingsfactoren.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/01679
Datum 12 april 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 maart 2023, nr. BK-22/00397[_f0c0930d-7595-4c45-bc1b-5619ac090898], op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 21/1137) betreffende een veroordeling van de Staat om op de voet van artikel 8:75 Awb aan belanghebbende proceskosten te vergoeden.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.M. Bothof, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Minister, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van de klacht
Het Hof heeft op het hoger beroep van belanghebbende geoordeeld dat de Rechtbank (i) de vergoeding van immateriële schade wegens aan de Rechtbank toe te rekenen overschrijding van de redelijke termijn voor de fase van eerste aanleg te laag heeft vastgesteld, en (ii) de proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand te laag heeft vastgesteld. Het Hof heeft daarom de uitspraak van de Rechtbank in zoverre vernietigd en de Staat veroordeeld tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Bij de vaststelling daarvan heeft het Hof wegingsfactor 0,5 (licht) als bedoeld in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) in aanmerking genomen.
De klacht richt zich tegen de beslissing van het Hof om wegingsfactor 0,5 te hanteren bij de vaststelling van de proceskostenvergoeding. De klacht betoogt dat het Hof wegingsfactor 1 (gemiddeld) had moeten toepassen aangezien het slagen van het hoger beroep niet alleen berustte op een verkeerde vaststelling van de hoogte van de proceskostenvergoeding, maar ook op een verkeerde vaststelling van de hoogte van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het bepalen van het gewicht van de zaak met het oog op het toepassen van artikel 8:75 Awb in samenhang gelezen met artikel 2, lid 1, letter a, van het Besluit is voorbehouden aan de rechter die op het beroep beslist, in dit geval het Hof, en een oordeel daarover is, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie slechts beperkt toetsbaar.[_e6903a16-59e7-48c7-aa31-14810691d62c] Het hiervoor in 2.2 weergegeven betoog vindt geen steun in het recht.
Het oordeel van het Hof over het gewicht van de zaak geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige door de Hoge Raad in de cassatieprocedure niet op juistheid worden onderzocht. Het is ook niet onbegrijpelijk. De klacht faalt daarom.
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2024.
Voetnoten
- ECLI:NL:GHDHA:2023:685.
- Vgl. HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2293, rechtsoverweging 3.3.6, en HR 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1162, rechtsoverweging 3.3.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2023:685 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1771 Gerechtshof Den Haag, 9 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1555 Gerechtshof Den Haag, 24 juli 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1151 Gerechtshof Den Haag, 8 mei 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1152 Gerechtshof Den Haag, 8 mei 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1153 Gerechtshof Den Haag, 8 mei 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1085 Gerechtshof Den Haag, 16 april 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1086 Gerechtshof Den Haag, 16 april 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1101 Gerechtshof Den Haag, 20 maart 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:494 Gerechtshof Den Haag, 16 januari 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1977 Gerechtshof Den Haag, 15 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1978 Gerechtshof Den Haag, 15 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1498 Gerechtshof Den Haag, 28 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1499 Gerechtshof Den Haag, 28 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1501 Gerechtshof Den Haag, 28 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1637 Gerechtshof Den Haag, 5 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1639 Gerechtshof Den Haag, 5 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1641 Gerechtshof Den Haag, 5 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1642 Gerechtshof Den Haag, 5 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:970 Gerechtshof Den Haag, 23 mei 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:685 Gerechtshof Den Haag, 16 maart 2023 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.