Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 6 februari 2024
ECLI:NL:HR:2024:181Zaaknummer 22/00461
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 februari 2024
- Publicatiedatum
- 7 februari 2024
- Zaaknummer
- 22/00461
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verkopen, verstrekken en vervoeren van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van “aangetroffen wikkels en opgenomen telefoonverkeer” dan wel strafvermindering m.b.t. telefoontap en observatie, art. 359a Sv. 1. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist dat RC in redelijkheid kon oordelen dat sprake was van verdenking a.b.i. art. 126m.1 Sv, terwijl hof niet beschikte over het aan oordeel van RC ten grondslag liggende p-v? 2. Kon hof volstaan met constatering dat niet tijdig op schrift stellen van mondelinge machtiging door RC een onherstelbaar vormverzuim oplevert? 3. Kon hof oordelen dat uitgevoerde observaties niet geschikt zijn geweest om van bepaalde aspecten van persoonlijk leven van verdachte een min of meer compleet beeld te verkrijgen? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00461
Datum 6 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2022, nummer 23-000727-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2023:1130 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2022:580 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.