Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 1 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1346Zaaknummer 22/04552
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2024
- Publicatiedatum
- 1 oktober 2024
- Zaaknummer
- 22/04552
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) begaan door rechtspersoon (art. 225.1 en 225.2 Sr) en feitelijk leiding geven aan medeplegen gewoontewitwassen (meermalen gepleegd) begaan door rechtspersoon (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr) 1. Innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering witwassen en kwalificatie witwassen. 2. Beslissing tot teruggave van 4 vakantieparken en geldbedrag van € 646.984,72 aan rechthebbende, art. 353 Sv. Had hof moeten aanduiden wie rechthebbende van die voorwerpen is? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04553, 22/04554, 22/04555, 22/04556, 22/04557 en 22/04558 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04552
Datum 1 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2022, nummer 21-005660-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.E. van der Werf en D. Bektesevic, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2024:560 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2022:10302 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2024:560 Parket bij de Hoge Raad, 18 juni 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:10302 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 december 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.