Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 7 november 2023
ECLI:NL:HR:2023:1500Zaaknummer 21/04629
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Publicatiedatum
- 7 november 2023
- Zaaknummer
- 21/04629
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en MDMA (art. 2.C Opiumwet), in voorraad hebben van vervalst bankbiljet met het oogmerk om dit als echt en onvervalst uit te geven en te doen uitgeven (art. 209 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). 1. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting m.b.t. Opiumwetfeit wegens onherstelbaar vormverzuim omdat grondslag voor fouillering ontbrak, art. 359a Sv. 2. Bewijsklacht oogmerk m.b.t. vals geld in voorraad hebben. Had verdachte oogmerk om aangetroffen biljet als echt en onvervalst uit te geven? 3. Bewijsklacht wederspannigheid. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat ambtshandeling was ingezet? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04629
Datum 7 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 november 2021, nummer 23-000556-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3276 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2023:766 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2024:21188 Rechtbank Den Haag, 17 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:766 Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3276 Gerechtshof Amsterdam, 1 november 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.