Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 3 oktober 2023
ECLI:NL:HR:2023:1306Zaaknummer 22/01795
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2023
- Publicatiedatum
- 3 oktober 2023
- Zaaknummer
- 22/01795
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Als leider deelnemen aan criminele organisatie (motorclub), art. 140.4 Sr. 1. Afwijzing verzoek tot horen van 2 getuigen en gebruik voor bewijs van PGP-berichten. 2. Afwijzing verzoek tot horen van 3 getuigen. 3. Afwijzing verzoek om processtukken. 4. Bewijsklacht geweldsoogmerk van organisatie. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat vermeende incidenten niet aan bewijs kunnen bijdragen. 5. Bewijsklacht, innerlijke tegenstrijdigheid. Is bewezenverklaring onbegrijpelijk, nu hof heeft overwogen geen gebruik te maken van “bad standing” van A, terwijl deze “bad standing” wel voor bewijs is gebruikt? 6. Bewijsklacht pleegperiode. 7. Strafmotivering (gevangenisstraf van 3 jaren). Strafmaximum van art. 140.3 Sr en toepassing art. 55, 56 en 63 Sr. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/01861.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01795
Datum 3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2022, nummer 21-004463-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2023:538 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARL:2022:3828 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2023:538 Parket bij de Hoge Raad, 30 mei 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:3828 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 mei 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.