Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 5 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:971Zaaknummer 21/01118
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 5 juli 2022
- Publicatiedatum
- 6 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/01118
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vernieling (art. 350.1 Sr), belediging ambtenaar in functie, meermalen gepleegd (art. 266.1 jo. 267.2 Sr) en lokaalvredebreuk (art. 138.1 Sr). Oplegging ISD-maatregel, art. 38m Sr. 1. Beschikte hof over een advies dat minder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend? 2. Motivering van opgelegde ISD-maatregel. HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01118
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 maart 2021, nummer 22-000044-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.Namens de verdachte heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2022:504 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2859 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2022:504 Parket bij de Hoge Raad, 24 mei 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2859 Gerechtshof Den Haag, 1 maart 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.