Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 29 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:670Zaaknummer 21/03667
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 april 2022
- Publicatiedatum
- 29 april 2022
- Zaaknummer
- 21/03667
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie, Artikel 80a RO-zaken
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 21/03667
Datum 29 april 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
vertegenwoordigd door A. Simicevic,
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN HET UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 juli 2021, nr. 18/6625 WIA[_fad8daba-29bf-483a-9d56-f16012e20393], op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Rotterdam (nr. 18/1929) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:CRVB:2021:1751 http://psi.rechtspraak/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:CRVB:2021:1751 Centrale Raad van Beroep, 15 juli 2021 (socialezekerheidsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.