Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 19 april 2022

ECLI:NL:HR:2022:569Zaaknummer 21/01448

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
20 april 2022
Zaaknummer
21/01448
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Brandstichting in woning door ex-partner (art. 157 Sr) en misbruik identificerende persoonsgegevens, meermalen gepleegd (art. 231b Sr). 1. Intrekking cassatieberoep nadat CAG is genomen. 2. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot nadere NFI-rapportage. 3. Bewijsklacht brandstichting en opzet hierop. 4. Betrouwbaarheid verklaring van getuige. Ad 1. Cassatieberoep is ingetrokken na aanvang van behandeling van beroep a.b.i. art. 453 Sv. O.g.v. art. 4.3.2.2 Procesreglement HR zal HR zaak op bestaand beroep afdoen. Ad 2., 3. en 4. HR: art. 81.1 RO.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01448

Datum 19 april 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 maart 2021, nummer 20-002868-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

1.1

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2

Het cassatieberoep is ingetrokken nadat de advocaat-generaal op de terechtzitting van de Hoge Raad van 8 maart 2022 zijn conclusie had genomen en dus na de aanvang van de behandeling van het beroep als bedoeld in artikel 453 van het Wetboek van Strafvordering. Op grond van artikel 4.3.2.2 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden zal de Hoge Raad de zaak op het bestaande beroep afdoen.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.