Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 18 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:257Zaaknummer 21/04877
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 18 februari 2022
- Publicatiedatum
- 18 februari 2022
- Zaaknummer
- 21/04877
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg; geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 februari 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04877
Datum 18 februari 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
tegen
PROVINCIE ZUID-HOLLAND,gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Provincie.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
- het vonnis in de zaak C/09/538768/HA ZA 17-923 van de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2019;
- het arrest in de zaak 200.274.314/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 mei 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] in hun cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eisers] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eisers] hebben evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in hun beroep niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 februari 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 30c Rv
- Artikel 407 Rv meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:1235 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1370 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:1235 Parket bij de Hoge Raad, 24 december 2021 (burgerlijk procesrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1370 Gerechtshof Den Haag, 4 mei 2021 (intellectueel-eigendomsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.