Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 25 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:777Zaaknummer 19/05575
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 mei 2021
- Publicatiedatum
- 25 mei 2021
- Zaaknummer
- 19/05575
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Poging tot oplichting (art. 326 Sr). Hof heeft niet beslist op ttz gedaan verzoek tot teruggave van onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag op de grond dat officiële kennisgeving van inbeslagneming van geldbedrag ontbreekt. Oordeel hof dat er geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent inbeslaggenomen geld, omdat officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt, is onjuist. Voor antwoord op vraag of goed in beslag is genomen, is niet doorslaggevend of goed is vermeld op kennisgeving van inbeslagname, in p-v van bevindingen, of op lijst van inbeslaggenomen goederen (vgl. ECLI:NL:HR:2017:479). In aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat strafdossier aanwijzingen bevat dat (in strafzaak) geld in beslag is genomen, had hof over inbeslaggenomen geld een beslissing moeten nemen. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. verzuim te beslissen over beslag en terugwijzing. CAG: anders.
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover het hof heeft verzuimd te beslissen over het beslag;
- wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat daarop alsnog wordt beslist;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/05575
Datum 25 mei 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 december 2019, nummer 21-006684-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de weigering van het hof te beslissen op het verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 november 2019 houdt het volgende in:
“Verdachte deelt – zakelijk weergegeven – mede:
(...)
Het is juist dat er beslag is gelegd op € 40,-. Ik heb dat geld niet teruggekregen.
(...)
De advocaat-generaal heeft tevens gevorderd dat het hof de teruggave van het inbeslaggenomen geld zal gelasten. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
(...)
De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging.
(...)
Onder cliënt is € 40,- in beslag genomen. Ik verzoek u te bepalen dat dit geld wordt teruggeven aan cliënt.”
Het bestreden arrest houdt onder meer het volgende in:
“De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht het beslag op het geld op te heffen met last tot teruggave van dit geld aan verdachte.
Het hof stelt vast dat het strafdossier aanwijzingen bevat dat (in deze strafzaak) geld in beslag is genomen. Een officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt echter, zodat er derhalve geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent in beslag genomen geld.”
Het oordeel van het hof dat er geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent het inbeslaggenomen geld, omdat een officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt, is onjuist. Voor het antwoord op de vraag of een goed in beslag is genomen, is niet doorslaggevend of dat goed is vermeld op een kennisgeving van inbeslagname, in een proces-verbaal van bevindingen, of op de lijst van inbeslaggenomen goederen. (Vgl. HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:479, rechtsoverweging 3.2.) In aanmerking genomen dat het hof heeft vastgesteld dat het strafdossier aanwijzingen bevat dat (in deze strafzaak) geld in beslag is genomen, had het hof over dat inbeslaggenomen geld een beslissing moeten nemen. Het cassatiemiddel slaagt.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover het hof heeft verzuimd te beslissen over het beslag;
- wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat daarop alsnog wordt beslist;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:305 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:48 Parket bij de Hoge Raad, 13 januari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11348 Rechtbank Gelderland, 9 december 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:1773 Hoge Raad, 25 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:19542 Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:639 Hoge Raad, 22 april 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2024:1497 Rechtbank Rotterdam, 7 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:305 Parket bij de Hoge Raad, 30 maart 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.