Uitspraak · Belastingrecht

Hoge Raad, 19 maart 2021

ECLI:NL:HR:2021:395Zaaknummer 20/02094

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 maart 2021
Publicatiedatum
19 maart 2021
Zaaknummer
20/02094
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2021.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
  2. 2 Proceskosten
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/02094

Datum 19 maart 2021

ARREST

in de zaak van

STICHTING [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 juni 2020, nrs. BRE 19/4173 tot en met BRE 19/4175, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 7 februari 2020.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1

De Rechtbank heeft op 7 juli 2020 per fax een brief met bijlagen ontvangen. De griffier van de Rechtbank heeft deze brief - vanwege de strekking ervan - op de voet van artikel 6:15 Awb doorgezonden naar de Hoge Raad ter verdere behandeling.Volgens deze brief stelt belanghebbende, een stichting, beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank van 26 juni 2020.

1.2

Artikel 1 van het Besluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99[_b9333608-4ce4-467c-905b-ae724bcc9e1e], brengt mee dat een stichting verplicht is digitaal te procederen in die gevallen waarin het beroep in cassatie is gericht tegen een uitspraak die op of na 15 april 2020 is bekendgemaakt. Dat is in deze zaak het geval zodat het beroepschrift in cassatie digitaal, via het webportaal van de Hoge Raad, had moeten worden ingediend.

1.3

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende daarom bij brief van 5 november 2020 verzocht hetzelfde beroepschrift in cassatie binnen vier weken via het webportaal van de Hoge Raad in te dienen. Deze brief is aangetekend verzonden en is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Aan dit verzoek van de griffier is geen gevolg gegeven. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 8:36a, lid 5, Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2021.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.