Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 21 december 2021
ECLI:NL:HR:2021:1920Zaaknummer 20/01093
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 december 2021
- Publicatiedatum
- 21 december 2021
- Zaaknummer
- 20/01093
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Profijtontneming, art. 511b.1 Sv. OM ontvankelijk in ontnemingsvordering nu termijn van twee jaar is overschreden? Middel slaagt op redenen vermeld in HR:2021:1917, 20/01089 P. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/01091, 20/01092 en 20/01089.
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2021.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01093 P
Datum 21 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2020, nummer 22-005497-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de betrokkene, J.T.E. Vis, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing c.q. verwijzing van de ontnemingszaak, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het openbaar ministerie nietontvankelijk is in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, nu de vordering niet binnen de in artikel 511b lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) genoemde termijn van twee jaren aanhangig is gemaakt en geen sprake is van bijzondere omstandigheden die met zich brengen dat het rechtsgevolg van nietontvankelijkverklaring in de ontnemingsvordering achterwege wordt gelaten.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/01089 P, ECLI:NL:HR:2021:1917.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:965 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:965 Parket bij de Hoge Raad, 12 oktober 2021 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.