Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 5 oktober 2021
ECLI:NL:HR:2021:1265Zaaknummer 20/03071
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2021
- Publicatiedatum
- 5 oktober 2021
- Zaaknummer
- 20/03071
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Medeplegen van het uit de Gemeenschap uitvoeren en in de handel brengen van 1,5 kilogram van een materiaal bevattende ergotamine tartrate zonder over de daarvoor vereiste vergunning te beschikken (art. 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën). Bewijsklachten en klacht dat bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert. HR: art. 81.1.RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2021.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03071 E
Datum 5 oktober 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 16 september 2020, nummer 20-002567-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 2021.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2021:907 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2998 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:907 Parket bij de Hoge Raad, 6 juli 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2998 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 september 2020 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.