Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 11 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:1995Zaaknummer 19/02456
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 11 december 2020
- Publicatiedatum
- 11 december 2020
- Zaaknummer
- 19/02456
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Opnemen van onjuiste bepaling in ontwerpbestemmingsplan. Onzorgvuldig en derhalve onrechtmatig? Feitelijk oordeel.
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.
Volledige tekst
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02456
Datum 11 december 2020
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE GRAVE,zetelende te Grave,
EISERES tot cassatie,
hierna: de gemeente,
advocaat: J.F. de Groot,
tegen
Remco Cornelis Marinus MICHIELSEN, in zijn hoedanigheid van curator van [de Scheepswerf] B.V.,wonende te Uden,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/01/301709/HA ZA 15-827 van de rechtbank Oost-Brabant van 23 maart 2016 en 2 november 2016;
de arresten in de zaak 200.211.228/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 en 19 februari 2019.
De gemeente heeft tegen het arrest van het hof van 19 februari 2019 beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de gemeente mede door R.R. Oudijk en voor de curator mede door V.G.M. Leferink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2020:474 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSHE:2019:595 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBOBR:2026:7515 Rechtbank Oost-Brabant, 28 oktober 2026 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2020:474 Parket bij de Hoge Raad, 15 mei 2020 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:595 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 februari 2019 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.