Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 5 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:508Zaaknummer 18/01521
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 5 april 2019
- Publicatiedatum
- 5 april 2019
- Zaaknummer
- 18/01521
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Is voldaan aan de voorwaarden voor toewijzing van een geldvordering in kort geding? Beroep op verrekening; art. 6:136 BW.
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 5 april 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
5 april 2019
Eerste Kamer
18/01521
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
[verweerster] ,gevestigd te [vestigingsplaats]
,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/621739/KG ZA 17-20 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2017;
b. de arresten in de zaak 200.210.631/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2018 en 10 april 2018.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 5 april 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2018:1253 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
- ECLI:NL:PHR:2019:261 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2406 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 juli 2020 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2406 Rechtbank Amsterdam, 29 april 2020 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2019:261 Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2018:1253 Gerechtshof Amsterdam, 10 april 2018 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.