Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 19 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1803Zaaknummer 18/03918
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 19 november 2019
- Publicatiedatum
- 19 november 2019
- Zaaknummer
- 18/03918
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Opzettelijk nalaten te voldoen aan plicht tot melding van verdachte of ongebruikelijke transacties in drugsprecursoren (meermalen gepleegd), art. 2 Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën. Kleurloos opzet. Heeft verdachte meldingsplicht opzettelijk geschonden? HR: art. 81.1 RO.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/03918
Datum 19 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 augustus 2018, nummer 20/001422-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.W.E. Luiten, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2019.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2019:842 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2021:848 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:849 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:850 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:851 Parket bij de Hoge Raad, 21 september 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:842 Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2019 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.