Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 12 november 2019

ECLI:NL:HR:2019:1742Zaaknummer 16/01204

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 november 2019
Publicatiedatum
12 november 2019
Zaaknummer
16/01204
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Vrijspraak verdachte t.z.v. medeplegen uitgeven en in voorraad hebben van valse bankbiljetten, art. 209 Sr. Vormverzuim en bewijsuitsluiting, art. 359a Sv. Is ’s Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting rechtsgevolg moet zijn van onherstelbaar vormverzuim i.v.m. niet tijdig en naar behoren informeren van verdachte over inzet van informant, toereikend gemotiveerd? HR: Op gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2016:2777, ECLI:NL:HR:2016:2778 en ECLI:NL:HR:2016:2779 is middel terecht voorgesteld: ’s Hofs oordeel is niet naar behoren met redenen omkleed, in aanmerking genomen dat Hof niet heeft duidelijk gemaakt waarom het - reeds vóór inhoudelijke behandeling van strafzaak - herstelde verzuim heeft tekortgedaan aan recht van verdachte op eerlijke behandeling van zijn zaak. ’s Hofs oordeel dat zich hier geval voordoet dat bewijsmateriaal door verzuim is verkregen, is eveneens ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en verwijzing. Samenhang met 16/01206. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BU6784.

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Geding in cassatie
  2. 2 Beoordeling van het middel
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 16/01204

Datum 12 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 november 2015, nummer 21/001462-12, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte, V. Senczuk, advocaat te Utrecht, heeft het beroep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1

Het middel klaagt dat het Hof zijn beslissing om bewijsuitsluiting toe te passen en de verdachte bijgevolg vrij te spreken heeft gebaseerd op ontoereikende of onbegrijpelijke gronden.

2.2

Op de gronden die zijn vermeld in de arresten van de Hoge Raad van 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2777, ECLI:NL:HR:2016:2778 en ECLI:NL:HR:2016:2779, is het middel terecht voorgesteld.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.