Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 9 juli 2019

ECLI:NL:HR:2019:1140Zaaknummer 18/00266

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
10 juli 2019
Zaaknummer
18/00266
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Economische zaak. Niet voldoen aan plicht tot publicatie jaarrekening, begaan door rechtspersoon (overtreding voorschrift art. 2:394 BW). Staan art. 7 en 16 Handvest en art. 8 EVRM in de weg aan kwalificatie van bewezenverklaarde als strafbaar feit, nu weigering om te publiceren is gelegen in wens om aan personen in kleine gemeenschap van Genemuiden, waarin B.V. is gevestigd, geen inzicht te verschaffen in financiële gegevens van B.V. en daarbij betrokken natuurlijke personen? HR: art. 81.1 RO.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Geding in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de middelen
  3. 3 Beslissing

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00266

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 22 december 2017, nummer 21/002186-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben D.G.J. Sanderink, advocaat te Enschede, en D. Greven, advocaat te Borne, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman Sanderink heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.