Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 10 juli 2018
ECLI:NL:HR:2018:984Zaaknummer 16/05597
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 juli 2018
- Publicatiedatum
- 10 juli 2018
- Zaaknummer
- 16/05597
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie, Artikel 80a RO-zaken
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen gekwalificeerde diefstal, art. 311.1 onder 4 en 5 Sr. Klacht dat verzuimd is te responderen op verweer m.b.t. overschrijding redelijke termijn in h.b. Leidt verzuim aan te geven in welke mate straf is verlaagd wegens overschrijding redelijke termijn tot cassatie? HR: art. 80a RO. CAG: Hof heeft in zijn strafmotivering verwezen naar het tijdsverloop en tot uitdrukking gebracht dat het daarin (mede) aanleiding heeft gezien de straf te matigen, waarbij Hof heeft verwezen naar pleidooi verdediging. Samenhang met 16/05594 en 16/05596.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/05597
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 3 november 2016, nummer 21/003985-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:539 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2019:1028 Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:539 Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2018 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.