Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 29 mei 2018
ECLI:NL:HR:2018:791Zaaknummer 17/03629
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 mei 2018
- Publicatiedatum
- 29 mei 2018
- Zaaknummer
- 17/03629
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie, Artikel 80a RO-zaken
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Schuldwitwassen, meermalen gepleegd, art. 420quater Sr. Middel m.b.t. uos over de wetenschap van verdachte omtrent de herkomst van de bewezenverklaarde voorwerpen. HR: art. 80a RO. Samenhang met 17/03201, 17/03205, 17/03632 en 17/05378.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
29 mei 2018
Strafkamer
nr. S 17/03629
KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 juni 2017, nummer 23/001197-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2018:294 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHAMS:2017:2431 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2018:294 Parket bij de Hoge Raad, 3 april 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2017:2431 Gerechtshof Amsterdam, 22 juni 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.