Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 6 februari 2018
ECLI:NL:HR:2018:151Zaaknummer 17/04128
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 februari 2018
- Publicatiedatum
- 7 februari 2018
- Zaaknummer
- 17/04128
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie, Artikel 80a RO-zaken
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Poging doodslag door tijdens ruzie een ander met een mes in het bovenlichaam te steken, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
6 februari 2018
Strafkamer
nr. S 17/04128
SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 mei 2017, nummer 22/002053-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. Römelingh, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1469 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBMNE:2020:3700 Rechtbank Midden-Nederland, 27 augustus 2020 (arbeidsrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:938 Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1469 Gerechtshof Den Haag, 18 mei 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.