Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 26 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2478Zaaknummer 16/00680
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 26 september 2017
- Publicatiedatum
- 27 september 2017
- Zaaknummer
- 16/00680
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Rijden onder invloed, art. 8.2 aanhef onder a WVWV 1994, en ongeldigverklaring rijbewijs op de grond dat verdachte geen gehoor heeft gegeven aan besluit CBR tot onderzoek naar rijgeschiktheid, omdat dit onderzoek zou kunnen resulteren in deelname aan het alcoholslotprogramma. Samenval strafrechtelijk en bestuursrechtelijk traject. OM niet-ontvankelijk in zijn vervolging wegens strijd met art. 68 Sr? HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft terecht geoordeeld dat “niet kan worden aangenomen dat de enkele mogelijkheid van een latere oplegging van deelname aan het alcoholslotprogramma reeds zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM in zijn vervolging”.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/00680
ABG/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 26 januari 2016, nummer 21/004960-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2017:952 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2017:952 Parket bij de Hoge Raad, 4 juli 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.