Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 13 december 2016

ECLI:NL:HR:2016:3359Zaaknummer 15/05735

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 december 2016
Publicatiedatum
22 februari 2017
Zaaknummer
15/05735
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie, Artikel 80a RO-zaken
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2016.

SCHRIFTUUR HOUDENDE MIDDELEN VAN CASSATIE Zaaknummer: S 15/05735

Parketnummer: 21/006068-13

Namens verzoeker, [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, draag ik het volgende middel voor tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Arnhem uitgesproken op 23 november 2015 onder parketnummer 21/006068-13

waarbij verzoeker terzake overtreding art. 165 WVW is veroordeeld tot een geldboete van E250,00.

Middel

Er is sprake van schending van recht en/of verzuim van vormen zoals bedoeld in art. 79 RO, in het bijzonder art. 359 lid 3jo art. 415 Wetboek van Strafvordering jo art. 165 lid 2 Wegenverkeerswet 1994.

Het Gerechtshof heeft op onjuiste en/of ontoereikende gronden geen gehoor gegeven aan een beroep op de strafuitsluitingsgrond van art. 165 lid 2 WVW 1994.

Toelichting

Buiten discussie staat dat verzoeker ten tijde van de geconstateerde misdrijf geen feitelijke bestuurder was van de personenauto in kwestie. Door een zeer ernstige ziekte was verzoeker niet in staat om een personenauto te besturen. Verzoeker heeft voorts aangegeven welke persoon wel de beschikking had over de personenauto die nog wel op zijn naam stond geregistreerd. Deze persoon heeft telefonisch laten weten aan de politie dat hij echter niet heeft gereden op het tijdstip van het geconstateerde misdrijf. Nu de daadwerkelijke bestuurder onbekend is gebleven wordt verzoeker als kentekenhouder ex art. 165 lid 1 WVW 1994 veroordeeld.

Verzoeker heeft echter een beroep gedaan op lid 2 van voornoemd artikel. Verzoeker kan zoals bepleit redelijkerwijs geen verwijt worden gemaakt. Immers heeft hij de naam van de bezitter van de personenauto gegeven en ook aangifte gedaan bij de politie. Mede gelet op de omstandigheid dat verzoeker zeer ernstig ziek was ten tijde van het vermeend feit dient een beroep op lid niet zonder meer te worden afgewezen.

Gelet op het gevoerde verweer had ontslag van rechtsvervolging moeten volgen.

De beslissing van het hof op dit punt is derhalve onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd, althans niet zonder meer begrijpelijk.

Op grond van voorgaand middel is verzoeker van mening dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Arnhem, voor vernietiging en verwijzing danwel terugwijzing in aanmerking komt.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Geding in cassatie
  2. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
  3. 3. Beslissing

13 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/05735

DFL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 november 2015, nummer 21/006068-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2016.

SCHRIFTUUR HOUDENDE MIDDELEN VAN CASSATIE Zaaknummer: S 15/05735

Parketnummer: 21/006068-13

Namens verzoeker, [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, draag ik het volgende middel voor tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Arnhem uitgesproken op 23 november 2015 onder parketnummer 21/006068-13

waarbij verzoeker terzake overtreding art. 165 WVW is veroordeeld tot een geldboete van E250,00.

Middel

Er is sprake van schending van recht en/of verzuim van vormen zoals bedoeld in art. 79 RO, in het bijzonder art. 359 lid 3jo art. 415 Wetboek van Strafvordering jo art. 165 lid 2 Wegenverkeerswet 1994.

Het Gerechtshof heeft op onjuiste en/of ontoereikende gronden geen gehoor gegeven aan een beroep op de strafuitsluitingsgrond van art. 165 lid 2 WVW 1994.

Toelichting

Buiten discussie staat dat verzoeker ten tijde van de geconstateerde misdrijf geen feitelijke bestuurder was van de personenauto in kwestie. Door een zeer ernstige ziekte was verzoeker niet in staat om een personenauto te besturen. Verzoeker heeft voorts aangegeven welke persoon wel de beschikking had over de personenauto die nog wel op zijn naam stond geregistreerd. Deze persoon heeft telefonisch laten weten aan de politie dat hij echter niet heeft gereden op het tijdstip van het geconstateerde misdrijf. Nu de daadwerkelijke bestuurder onbekend is gebleven wordt verzoeker als kentekenhouder ex art. 165 lid 1 WVW 1994 veroordeeld.

Verzoeker heeft echter een beroep gedaan op lid 2 van voornoemd artikel. Verzoeker kan zoals bepleit redelijkerwijs geen verwijt worden gemaakt. Immers heeft hij de naam van de bezitter van de personenauto gegeven en ook aangifte gedaan bij de politie. Mede gelet op de omstandigheid dat verzoeker zeer ernstig ziek was ten tijde van het vermeend feit dient een beroep op lid niet zonder meer te worden afgewezen.

Gelet op het gevoerde verweer had ontslag van rechtsvervolging moeten volgen.

De beslissing van het hof op dit punt is derhalve onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd, althans niet zonder meer begrijpelijk.

Op grond van voorgaand middel is verzoeker van mening dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Arnhem, voor vernietiging en verwijzing danwel terugwijzing in aanmerking komt.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.