Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 8 juli 2016
ECLI:NL:HR:2016:1519Zaaknummer 16/02112
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 juli 2016
- Publicatiedatum
- 12 juli 2016
- Zaaknummer
- 16/02112
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie, Artikel 80a RO-zaken, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 80a lid 1 RO. Internationale echtscheiding. Klachten over Egyptisch recht (art. 79 lid 1, onder b, RO). Kinderalimentatie en partneralimentatie. Erkenning en instemming met verstoting.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
8 juli 2016
Eerste Kamer
16/02112
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],wonende te Egypte,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
[de man],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/09/426481 FA RK 12-6636 van de rechtbank Den Haag van 8 februari 2013, 7 juni 2013, 21 juli 2014 en 19 januari 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.168.494/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 januari 2016.
De beschikking van het hof is aan deze de beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 3 juni 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 7).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2016:447 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2016:374 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2016:447 Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2016 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:374 Gerechtshof Den Haag, 20 januari 2016 (personen- en familierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.