Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 22 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3689Zaaknummer 14/06204
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 22 december 2015
- Publicatiedatum
- 23 december 2015
- Zaaknummer
- 14/06204
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Conservatoir beslag en verbeurdverklaring. Art. 94a Sv en art. 33a Sr. Voor de v.v. a.b.i. art. 33a Sr is het niet nodig dat op het voorwerp waarvan de v.v. wordt uitgesproken ex art. 94 Sv beslag is gelegd. Ex. art. 34 Sr zal in zo’n geval het voorwerp moeten worden uitgeleverd of de geschatte waarde daarvan moeten worden betaald. Voor uitlevering zal verdachte, indien op hetzelfde voorwerp een ander dan het in art. 94 Sv vermelde beslag is gelegd, afhankelijk zijn van de medewerking van de beslaglegger. Een conservatoir beslag a.b.i. art. 94a Sv staat derhalve niet eraan in de weg dat een voorwerp wordt verbeurdverklaard. Een andersluidende opvatting zou ook tot het onaanvaardbare resultaat leiden dat de strafrechter door een beslaglegger in zijn sanctiemogelijkheden wordt beperkt. CAG anders.
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, de beslissingen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen daaronder begrepen;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
22 december 2015
Strafkamer
nr. S 14/06204
AKA/AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 12 september 2014, nummer 23/002524-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte, mr. H. Bakker, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beoordeling van het tweede middel
Het middel houdt in dat het Hof ten onrechte geen beslissing heeft gegeven op de vordering van de Advocaat-Generaal bij het Hof tot verbeurdverklaring.
Het Hof heeft de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde 'medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd' veroordeeld tot een geldboete van € 15.000,-, subsidiair 110 dagen hechtenis, en een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.
De Advocaat-Generaal heeft de verbeurdverklaring gevorderd van een woning aan de [a-straat 1] te Badhoevedorp en een BMW X3. Hij heeft daartoe ter terechtzitting in hoger beroep onder meer het volgende aangevoerd:
"Ik vorder verbeurdverklaring van het pand omdat het pand is gekocht met behulp van een hypotheekakte die niet klopt. Het is om die reden niet bezwaarlijk dat er op het pand beslag ex artikel 94a Wetboek van Strafvordering rust."
Het Hof heeft ten aanzien van de door de Advocaat-Generaal gevorderde verbeurdverklaring het volgende overwogen:
"De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de woning aan de [a-straat 1] te Badhoevedorp en de BMW X3 verbeurd worden verklaard. Het hof overweegt dat op de woning en het voertuig conservatoir beslag rust in de zin van artikel 94a Sv. Op basis van HR 19 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4453, NJ 2008, 129, is het onmogelijk om goederen waarop conservatoir beslag rust, verbeurd te verklaren. Gelet op het karakter van het gelegde beslag zal het hof daarom niet beslissen op het beslag."
Bij de beoordeling van de middelen zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang.
Art. 33a, eerste lid, Sr:
"Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn:
a. voorwerpen die aan de veroordeelde toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen;
b. voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan;
c. voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
d. voorwerpen met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd;
e. voorwerpen die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd;
f. zakelijke rechten op of persoonlijke rechten ten aanzien van de onder a tot en met e bedoelde voorwerpen."
Art. 34, eerste en tweede lid, Sr:
"1. Niet in beslag genomen voorwerpen worden, bij verbeurdverklaring, in de uitspraak op een bepaald geldelijk bedrag geschat.
2. De voorwerpen moeten in dit geval worden uitgeleverd of de geschatte waarde moet worden betaald."
Art. 94, eerste en tweede lid, Sv:
"1. Vatbaar voor inbeslagneming zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel, als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, aan te tonen.
2. Voorts zijn vatbaar voor inbeslagneming alle voorwerpen welker verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen."
Art. 94a, eerste, tweede en derde lid, Sv:
"1. In geval van verdenking van een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen inbeslaggenomen worden tot bewaring van het recht tot verhaal voor een ter zake van dat misdrijf op te leggen geldboete.
2. In geval van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen in beslag genomen worden tot bewaring van het recht tot verhaal voor een naar aanleiding van dat misdrijf op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
3. Ingeval van verdenking van een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen in beslaggenomen worden tot bewaring van het recht tot verhaal voor een ter zake van dat misdrijf op te leggen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht."
Het conservatoir beslag als bedoeld in art. 94a Sv strekt tot bewaring van het recht tot verhaal voor een van de ter zake van bepaalde misdrijven op te leggen in art. 94a Sv genoemde vermogenssancties. Een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de waarheidsvinding in strafzaken, het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel, dan wel de veiligstelling van verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer door de strafrechter. Dit verschil in doelstelling brengt mee dat door het openbaar ministerie op een voorwerp zowel beslag op de voet van art. 94 Sv als op de voet van art. 94a Sv kan worden gelegd, dan wel dat een op art. 94 Sv gebaseerd beslag wordt omgezet in een op art. 94a Sv gebaseerd beslag en andersom.
Voor de verbeurdverklaring als bedoeld in art. 33a Sr is het niet nodig dat op de voet van art. 94 Sv beslag is gelegd op het voorwerp waarvan de verbeurdverklaring wordt uitgesproken. Ingevolge art. 34 Sr zal in zo'n geval het voorwerp moeten worden uitgeleverd of de geschatte waarde daarvan moeten worden betaald. Voor uitlevering zal de verdachte, indien op hetzelfde voorwerp een ander dan het in art. 94 Sv vermelde beslag is gelegd, afhankelijk zijn van de medewerking van de beslaglegger.
Een conservatoir beslag als bedoeld in art. 94a Sv staat derhalve niet eraan in de weg dat een voorwerp wordt verbeurd verklaard. Een andersluidende opvatting zou ook tot het onaanvaardbare resultaat leiden dat de strafrechter door een beslaglegger in zijn sanctiemogelijkheden wordt beperkt.
Het oordeel van het Hof zoals weergegeven onder 3.2.3, is derhalve onjuist.
Het middel klaagt daarover terecht.
4 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat als volgt moet worden beslist.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, de beslissingen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen daaronder begrepen;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 33a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 34 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 94 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 94a Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 81 RO meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 225 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 36e Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 36f Sr meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2015:1788 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBOBR:2026:1129 Rechtbank Oost-Brabant, 20 februari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2025:5427 Rechtbank Overijssel, 4 september 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4657 Rechtbank Overijssel, 11 juli 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1337 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 januari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1399 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 januari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:4050 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 september 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21893 Rechtbank Den Haag, 14 september 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:934 Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:944 Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:946 Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:947 Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:5399 Rechtbank Limburg, 2 juli 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2021:5412 Rechtbank Limburg, 2 juli 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3898 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 december 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3952 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 december 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2018:4928 Rechtbank Noord-Nederland, 5 december 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2017:11149 Rechtbank Limburg, 17 november 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2017:11216 Rechtbank Limburg, 17 november 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2017:11217 Rechtbank Limburg, 17 november 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2017:11218 Rechtbank Limburg, 17 november 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2017:948 Hoge Raad, 23 mei 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2017:949 Hoge Raad, 23 mei 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:363 Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:364 Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2017:1978 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 februari 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2017:116 Hoge Raad, 31 januari 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2017:117 Hoge Raad, 31 januari 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2016:6907 Rechtbank Midden-Nederland, 22 december 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2016:4950 Rechtbank Noord-Nederland, 10 november 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:12178 Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:12341 Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:12351 Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2015:1788 Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2015 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.