Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 11 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3554Zaaknummer 14/04460
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 11 december 2015
- Publicatiedatum
- 11 december 2015
- Zaaknummer
- 14/04460
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige mededinging. Bescherming handelsnaam en domeinnaam tegen overeenstemmende (domein)naam op grond van onrechtmatige daad. Zuiver beschrijvende aanduiding.
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Artiestenverloningen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Prae Artiestenverloning begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 december 2015.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
11 december 2015
Eerste Kamer
14/04460
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ARTIESTENVERLONINGEN B.V.,gevestigd te Wijk bij Duurstede,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma,
t e g e n
PRAE ARTIESTENVERLONING B.V.,gevestigd te Zwijndrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. T. Cohen Jehoram en mr. V. Rörsch.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97585/HA ZA 12-2092 van de rechtbank Dordrecht van 4 juli 2012 en 14 november 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.744/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 mei 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Artiestenverloningen beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Prae Artiestenverloning heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep met veroordeling van Artiestenverloningen in de kosten op de voet van art. 1019h Rv.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning zijn beide ondernemingen die zich bezighouden met het verzorgen van de loonadministratie van en voor artiesten.
(ii) In 2002 heeft Artiestenverloningen de domeinnaam “www.artiestenverloningen.nl” geregistreerd. Die domeinnaam geeft toegang tot de website waarop zij haar diensten aanbiedt.
(iii) Prae Artiestenverloning is opgericht in 2011. De website waarop Prae Artiestenverloninghaar diensten aanbiedt, is toegankelijk via de domeinnaam “www.artiestenverloning.nl”.
(iv) Bij kortgedingvonnis van 15 september 2011 is Prae Artiestenverloning op vordering van Artiestenverloningen veroordeeld om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Dit vonnis is in hoger beroep, voor zover in cassatie van belang, bekrachtigd.
Ook in deze bodemprocedure vordert Artiestenverloningen een veroordeling van Prae Artiestenverloning om ieder gebruik van de domeinnaam “artiestenverloning.nl” te staken en gestaakt te houden. Aan haar vordering heeft Artiestenverloningen ten grondslag gelegd, voor zover in cassatie van belang, dat Prae Artiestenverloning onrechtmatig jegens haar handelt door het gebruik van de aanduiding “artiestenverloning.nl” als domeinnaam, welke domeinnaam verwarring wekt met haar handels- en domeinnaam.
De rechtbank heeft deze vordering toegewezen, maar het hof heeft haar alsnog afgewezen. Daartoe heeft het hof als volgt overwogen.
De aanduiding ‘artiestenverloning(en)’ is louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren (rov. 8). Het gebruik van een louter beschrijvende domeinnaam waardoor gevaar bestaat voor verwarring met de domeinnaam of de handelsnaam van een ander, is in beginsel niet onrechtmatig, ook niet wanneer dit nadeel aan de ander toebrengt. Dat kan anders zijn indien er sprake is van voldoende ernstige bijkomende omstandigheden. Uit de stellingen van partijen blijkt niet dat in deze zaak sprake is van dergelijke omstandigheden. Dat Prae Artiestenverloning bewust voor deze louter beschrijvende domeinnaam heeft gekozen, levert niet een dergelijke omstandigheid op. Afgezien hiervan geldt nog het volgende. De stelling van Artiestenverloningen dat Prae Artiestenverloning bewust heeft aangehaakt bij de handels- en domeinnaam van Artiestenverloningen is, gelet op de gemotiveerde betwisting door Prae Artiestenverloning, onvoldoende onderbouwd. Dat Artiestenverloningen, naar zij stelt, ‘een zekere bekendheid’ geniet, is onvoldoende om het louter beschrijvende karakter op te heffen (‘inburgering’). (rov. 9)
Het middel bestrijdt het oordeel van het hof met verscheidene klachten. Terzake wordt als volgt overwogen.
De handelsnaam is geregeld in de Handelsnaamwet. Voor zover deze wet de gebruiker van een handelsnaam geen bescherming geeft, met name doordat deze hem slechts beschermt tegen het gebruik van dezelfde of van een overeenstemmende naam als handelsnaam (art. 5 Hnw), biedt art. 6:162 BW aanvullende bescherming tegen het latere gebruik van dezelfde of een overeenstemmende naam dat verwarring wekt, bijvoorbeeld in een domeinnaam (vgl. onder meer HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9431, NJ 2009/583 (Euro-Tyre)).
Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. De rechthebbende wordt tegen later gebruik door een ander van dezelfde of een overeenstemmende domeinnaam beschermd als dat gebruik jegens hem onrechtmatig is of als voor die bescherming een contractuele grond bestaat. Ook ten aanzien van het gebruik van een naam die overeenstemt met een domeinnaam kan van onrechtmatigheid sprake zijn als dat gebruik verwarring wekt.
Naar de in cassatie niet bestreden vaststelling van het hof, is de aanduiding ‘artiestenverloning’ louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren. Nu het in beginsel voor een ieder mogelijk moet zijn zich van een aanduiding te bedienen die beschrijvend is voor zijn diensten of producten, ook in een domeinnaam (vgl. met betrekking tot art. 5 Hnw HR 8 mei 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5592, NJ 1988/36 (Bouwcentrum), rov. 3.6), is in een geval als het onderhavige het gebruik van een dergelijke aanduiding, ook indien verwarringwekkend, alleen onrechtmatig indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen.
Tegen de achtergrond van het hiervoor in 3.4.2-3.4.4 overwogene, geeft het oordeel van het hof geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
De klachten van het middel stuiten op het vorenstaande af.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Artiestenverloningen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Prae Artiestenverloning begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 december 2015.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2015:1879 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHDHA:2014:1583 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5789 Rechtbank Amsterdam, 13 september 2023 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBNNE:2023:1139 Rechtbank Noord-Nederland, 22 maart 2023 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:864 Rechtbank Midden-Nederland, 9 maart 2022 (intellectueel-eigendomsrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2022:1209 Rechtbank Gelderland, 8 maart 2022 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2021:644 Parket bij de Hoge Raad, 25 juni 2021 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBNNE:2021:636 Rechtbank Noord-Nederland, 25 februari 2021 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBAMS:2021:364 Rechtbank Amsterdam, 28 januari 2021 (intellectueel-eigendomsrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2021:277 Rechtbank Overijssel, 20 januari 2021 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBMNE:2021:23 Rechtbank Midden-Nederland, 8 januari 2021 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:8167 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 oktober 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBNHO:2019:6769 Rechtbank Noord-Holland, 23 juli 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBROT:2019:5848 Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2019 (intellectueel-eigendomsrecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2019:5033 Rechtbank Amsterdam, 19 juni 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:5012 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 juni 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBAMS:2019:2806 Rechtbank Amsterdam, 12 april 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:OGEAA:2019:184 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 20 maart 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:HR:2018:2221 Hoge Raad, 30 november 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBNHO:2018:5667 Rechtbank Noord-Holland, 4 juli 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:7745 Rechtbank Den Haag, 27 juni 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBLIM:2018:1801 Rechtbank Limburg, 21 februari 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBNNE:2017:4802 Rechtbank Noord-Nederland, 8 december 2017 (intellectueel-eigendomsrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:2622 Gerechtshof Den Haag, 19 september 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBAMS:2017:315 Rechtbank Amsterdam, 11 januari 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBOVE:2016:4885 Rechtbank Overijssel, 12 december 2016 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBGEL:2016:4864 Rechtbank Gelderland, 19 juli 2016 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:6475 Rechtbank Den Haag, 15 juni 2016 (intellectueel-eigendomsrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2016:4695 Rechtbank Noord-Holland, 28 maart 2016 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2016:1182 Rechtbank Den Haag, 9 februari 2016 (intellectueel-eigendomsrecht)
- ECLI:NL:PHR:2015:1879 Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2015 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHDHA:2014:1583 Gerechtshof Den Haag, 6 mei 2014 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.