Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 12 juli 2013

ECLI:NL:HR:2013:CA1721Zaaknummer 13/01119

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Publicatiedatum
16 juli 2013
Zaaknummer
13/01119
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Echtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Verdeling gezamenlijke schuld.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in feitelijke instanties
  2. 2 Het geding in cassatie
  3. 3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
  4. 4 Beslissing

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 13/01119

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M-J.E. Gilsing,

t e g e n

[de vrouw],wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  • de beschikking in de zaak FA RK 11-6990 / 402434 van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 april 2012;
  • de beschikking in de zaak 200.110.364/01 en 200.110.368/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 december 2012.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de man in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 30 mei 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.