Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 12 maart 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ3626Zaaknummer 11/01972
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 maart 2013
- Publicatiedatum
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01972
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 285b.1 Sr. Belaging. De bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen over de gedragingen van verdachte niet meer inhouden dan dat de aangeefster per sms “vele bedreigingen” van verdachte heeft ontvangen.
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 maart 2013.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
12 maart 2013
Strafkamer
nr. S 11/01972
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 maart 2011, nummer 22/005094-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.J. Sol, advocaat te Terneuzen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"zij in de periode van 01 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1], met het oogmerk [betrokkene 1] te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte [betrokkene 1] meermalen een sms bericht gestuurd."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. Het proces-verbaal van aangifte van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 10 december 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 10 december 2008 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
In de periode van 1 oktober 2008 tot en met 10 december 2008 ben ik stelselmatig belaagd door [verdachte]. Zij heeft in die periode in Nederland wederrechtelijk en stelselmatig inbreuk gemaakt op mijn levenssfeer met het oogmerk mij te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. Na de dood van mijn ex-man [betrokkene 2] op 1 oktober 2008 kreeg ik van haar vele bedreigingen naar mijn hoofd geslingerd middels SMS berichten op mijn telefoonnummer 06-[001]. Ik heb op geen enkele van deze SMS berichten gereageerd. In verband met de sms'jes ben ik zeer angstig geworden dat een lid van de familie [van verdachte] mij of mijn kinderen wat zal aandoen.
2. Het proces-verbaal van verhoor van aangever van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 15 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 15 januari 2009 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
Ik word na 10 december 2008 nog steeds stelselmatig lastiggevallen door [verdachte]. Ik heb tot eergisteren nog sms-berichten op mijn GSM ontvangen.
3. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2011:
Het klopt dat ik in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland meerdere malen sms-berichten via mijn telefoon met het telefoonnummer 06[002] heb gestuurd naar [betrokkene 1]. Na mijn gesprek op 25 oktober 2008 met de politieambtenaar [verbalisant 1] heb ik nog sms-berichten naar haar gestuurd. Ik heb [betrokkene 1] die berichten gestuurd uit frustratie."
2.3. Vooropgesteld moet worden dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
2.4. In het licht hiervan is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen over de aard van de gedragingen van de verdachte niet meer inhouden dan dat de aangeefster per sms "vele bedreigingen" van de verdachte heeft ontvangen.
2.5. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 maart 2013.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2013:BZ3626 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0761 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22285 Rechtbank Den Haag, 21 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:1557 Hoge Raad, 14 oktober 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2025:8507 Rechtbank Noord-Holland, 21 juli 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:389 Parket bij de Hoge Raad, 1 april 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:158 Gerechtshof Den Haag, 11 februari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2025:3120 Rechtbank Noord-Holland, 23 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:168 Gerechtshof Amsterdam, 21 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2839 Gerechtshof Amsterdam, 10 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:779 Gerechtshof Den Haag, 30 april 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8593 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 december 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1800 Gerechtshof Den Haag, 14 september 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1259 Gerechtshof Den Haag, 20 juni 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:256 Parket bij de Hoge Raad, 7 maart 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:4 Hoge Raad, 10 januari 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:210 Gerechtshof Den Haag, 16 februari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:27 Gerechtshof Den Haag, 13 januari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2676 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 augustus 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:17294 Rechtbank Den Haag, 22 juli 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:402 Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3005 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 april 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2021:418 Hoge Raad, 30 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:265 Parket bij de Hoge Raad, 30 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3456 Gerechtshof Amsterdam, 17 december 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:537 Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:656 Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:1949 Hoge Raad, 16 oktober 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2018:5011 Rechtbank Midden-Nederland, 16 oktober 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2018:1242 Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:392 Hoge Raad, 20 maart 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2018:3534 Rechtbank Rotterdam, 24 januari 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:1477 Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:1489 Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2017:3780 Gerechtshof Amsterdam, 20 september 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:944 Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2016:1477 Rechtbank Overijssel, 26 april 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2015:13257 Rechtbank Den Haag, 20 november 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2015:13263 Rechtbank Den Haag, 20 november 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2015:5425 Rechtbank Gelderland, 21 augustus 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2015:1447 Hoge Raad, 2 juni 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2014:3095 Hoge Raad, 4 november 2014 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2014:2296 Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2014 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2013:2601 Parket bij de Hoge Raad, 19 november 2013 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2013:BZ3626 Parket bij de Hoge Raad, 12 maart 2013 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0761 Gerechtshof 's-Gravenhage, 14 maart 2011 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.