Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 7 oktober 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT6841Zaaknummer 10/05199
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05199
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 8:75 Awb. Beroepsmatig verleende rechtsbijstand op basis van “no cure no pay” komt voor vergoeding in aanmerking.
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 874 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2011.
Van de gemeente Alphen aan den Rijn wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 448.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
nr. 10/05199
7 oktober 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 oktober 2010, nr. BK-10/00037, betreffende een ten aanzien van X te Z (hierna: belanghebbende) genomen beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z (hierna: de woning) voor het jaar 2009 vastgesteld. Aan belanghebbende is voorts voor het jaar 2009 wegens het genot krachtens zakelijk recht en het gebruik van de woning een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Alphen aan den Rijn opgelegd naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking.
Na door belanghebbende daartegen gemaakte bezwaren heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn (hierna: de heffingsambtenaar) bij in één geschrift vervatte uitspraken de vastgestelde waarde en de aanslag gehandhaafd.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 09/3189 WOZ) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de heffingsambtenaar vernietigd en de vastgestelde waarde en de aanslag verminderd.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Daarbij verdient opmerking dat - zoals het Hof terecht heeft overwogen - aan toekenning van een vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand niet in de weg staat dat die bijstand is verleend op basis van "no cure no pay".
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 874 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2011.
Van de gemeente Alphen aan den Rijn wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 448.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2662 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2026:6335 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 september 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2835 Gerechtshof Den Haag, 2 december 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2025:3661 Rechtbank Limburg, 18 april 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2611 Gerechtshof Den Haag, 20 november 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2024:184 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 29 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2028 Gerechtshof Den Haag, 22 oktober 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2981 Gerechtshof Amsterdam, 10 september 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2517 Gerechtshof Amsterdam, 4 juli 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1947 Gerechtshof Amsterdam, 20 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:999 Gerechtshof Den Haag, 18 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1524 Gerechtshof Amsterdam, 4 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:409 Gerechtshof Den Haag, 19 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:220 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:221 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:222 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:224 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:225 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:226 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8928 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8929 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8930 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8931 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8932 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8933 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8934 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:8797 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 oktober 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:8798 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 oktober 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1768 Gerechtshof Den Haag, 30 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1769 Gerechtshof Den Haag, 30 augustus 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4389 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4390 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4391 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4392 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4395 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4396 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4397 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4398 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4399 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4400 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1909 Gerechtshof Den Haag, 14 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:756 Parket bij de Hoge Raad, 16 augustus 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:2551 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 maart 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:3266 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 april 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2017:965 Hoge Raad, 2 juni 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1186 Gerechtshof Den Haag, 25 april 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:81 Parket bij de Hoge Raad, 9 februari 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:8256 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 oktober 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:3041 Gerechtshof Den Haag, 11 oktober 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2016:3933 Rechtbank Gelderland, 19 juli 2016 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1596 Gerechtshof Den Haag, 31 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1597 Gerechtshof Den Haag, 31 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1598 Gerechtshof Den Haag, 31 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1599 Gerechtshof Den Haag, 31 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2015:2231 Gerechtshof Den Haag, 31 juli 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2015:680 Rechtbank Oost-Brabant, 10 februari 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2015:346 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 januari 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2014:2682 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 april 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2014:813 Gerechtshof Amsterdam, 6 maart 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2014:23 Gerechtshof Amsterdam, 2 januari 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2013:6934 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2013 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.