Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 25 januari 2011
ECLI:NL:HR:2011:BO6762Zaaknummer 09/03686
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 januari 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03686
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bewijsklacht. Uit de omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van verdachte per aangetekende en onaangetekende brief is verzonden en deze brieven niet als onbestelbaar retour zijn gekomen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, zodat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 25 januari 2011.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
25 januari 2011
Strafkamer
nr. 09/03686
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 20 maart 2009, nummer 21/003909-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1936, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B. Wernik, advocaat te Haarlem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde in hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het besluit van 5 februari 2003 van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, waarbij verdachtes rijbewijs ongeldig is verklaard, de verdachte heeft bereikt.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 12 augustus 2006 te Heumen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën motorrijtuigen, te weten voor alle categorieën motorrijtuigen, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Jan J. Ludenlaan, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
a. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:
"Ik zag dat een persoon van wie de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd ingevolge artikel 130 Wegenverkeerswet 1994 op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarvoor dat rijbewijs was gegeven bestuurde. De overtreding vond plaats op de Jan J. Ludenlaan te Heumen. Verdachte gaf op te zijn [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1936 te [geboorteplaats], wonende aan [a-straat 1] te [woonplaats]."
b. een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 5 februari 2003 inzake [verdachte], voor zover inhoudende:
"Betrokkene ([verdachte], geboren [geboortedatum] 1936) voldoet niet aan de eisen van geschiktheid, waaraan hij gezien het aan hem afgegeven rijbewijs moet voldoen. Bij betrokkene is sprake van alcoholmisbruik. Het rijbewijs wordt ongeldig verklaard voor alle categorieën. De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de 7e dag na die van de dagtekening van dit besluit."
c. een brief van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 20 december 2006, voor zover inhoudende:
"Het besluit van 5 februari 2003 is aangetekend en onaangetekend verzonden. Zowel de aangetekende als de onaangetekende brieven zijn niet retour gekomen."
2.3. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte aldaar onder meer het volgende aangevoerd:
"Ik wist niet dat ik niet mocht rijden. Ik had toentertijd een postbus maar die gebruikte ik feitelijk niet. Ik woonde in [woonplaats]."
en is voorts namens de verdachte door de raadsman het volgende aangevoerd:
"Pas toen verdachte in oktober 2006 door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen werd opgeroepen voor een psychiatrische keuring (die naderhand een keuring betreffende ouderdom en alcoholgebruik bleek te zijn) wist verdachte dat zijn rijbewijs ongeldig was. Het besluit waarin het rijbewijs van verdachte ongeldig wordt verklaard is op 5 februari 2003 onherroepelijk geworden, maar het kan zijn dat dit besluit verdachte feitelijk niet heeft bereikt. Er is wellicht sprake van een dwaling die kan leiden tot een ontslag van alle rechtsvervolging van verdachte."
2.4. Anders dan het Hof kennelijk heeft geoordeeld, kan uit de omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte per aangetekende en onaangetekende brief is verzonden en deze brieven niet als onbestelbaar retour zijn gekomen, niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, zodat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
2.5. Het middel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 25 januari 2011.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2011:BO6762 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2026:1425 Hoge Raad, 8 september 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2026:857 Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2026:900 Parket bij de Hoge Raad, 23 juni 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2026:792 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 maart 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2026:221 Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2026:114 Hoge Raad, 27 januari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:1299 Parket bij de Hoge Raad, 2 december 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:1223 Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:990 Parket bij de Hoge Raad, 16 september 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:826 Hoge Raad, 3 juni 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:210 Parket bij de Hoge Raad, 11 maart 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:176 Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:108 Hoge Raad, 28 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2025:66 Parket bij de Hoge Raad, 21 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:27 Hoge Raad, 7 januari 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:1706 Hoge Raad, 10 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:1291 Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:1339 Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:1110 Hoge Raad, 3 september 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4920 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juli 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:512 Parket bij de Hoge Raad, 21 mei 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:418 Parket bij de Hoge Raad, 16 april 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2024:218 Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:206 Parket bij de Hoge Raad, 21 februari 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2023:217 Parket bij de Hoge Raad, 21 februari 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:780 Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2022:1193 Hoge Raad, 13 september 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:344 Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2022:286 Hoge Raad, 22 februari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:118 Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:1 Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:253 Parket bij de Hoge Raad, 16 maart 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:75 Parket bij de Hoge Raad, 4 februari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:20 Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2019:1146 Hoge Raad, 9 juli 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2016:3417 Hoge Raad, 20 december 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2011:BO6762 Parket bij de Hoge Raad, 25 januari 2011 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.