Uitspraak · Insolventierecht
Hoge Raad, 9 april 2010
ECLI:NL:HR:2010:BL3290Zaaknummer 08/04421
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 9 april 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04421
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Hoger beroep; eiswijziging die voortvloeit uit bij pleidooi aangevoerde nieuwe grief; uitzondering op strakke regel, dat eiswijziging schriftelijk moet worden gedaan (art. 130 lid 1 Rv.) en in beginsel niet op later moment dan bij memorie van grieven of van antwoord (HR 20 juni 2008, NJ 2009, 21); ondernemingsrecht; aansprakelijkheid bestuurder failliete B.V. jegens curator krachtens art. 248 lid 1 BW. (81 RO)
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
9 april 2010
Eerste Kamer
08/04421
EE/TT
Hoge Raad der NederlandenArrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats], Portugal,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
mr. Johannes JONK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
wonende te Leiden,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 196032/HA ZA 05-1197 van de rechtbank Utrecht van 3 januari 2007,
b. het arrest in de zaak 104.003.795 van het gerechtshof te Amsterdam van 22 april 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 19 februari 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2010:BL3290 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2010:BL3290 Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2010 (insolventierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.