Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 6 juli 2010
ECLI:NL:HR:2010:BJ7243Zaaknummer 08/00167
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 juli 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00167
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vordering BP. Wijzen van een ‘herstelarrest’.Het Hof heeft bij de beslissing tot toewijzing van de vordering van de BP bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast. Een maand later maakt het Hof een ‘herstelarrest’ op inhoudende dat voornoemde deelbeslissing berust op een kennelijke vergissing. HR: Nu de door het Hof in het ‘herstelarrest’ genoemde ‘omissie’ niet een onmiddellijk kenbare fout, verschrijving of verrekening betrof, stond het het Hof niet vrij een ‘herstelarrest’ te wijzen, zodat dat arrest in cassatie buiten beschouwing moet blijven. Het Hof heeft bij de toewijzing van de vordering van de BP ten onrechte bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast, nu de wet niet in die mogelijkheid voorziet.
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het Hof bij de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij heeft bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan, W.F. Groos en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 6 juli 2010.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
6 juli 2010
Strafkamer
nr. 08/00167
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 december 2007, nummer 20/001594-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het derde middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof bij de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ten onrechte heeft bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast.
3.2. De achtste tot en met de dertiende alinea van het dictum van de bestreden uitspraak luiden als volgt:
"Het Hof: (...)
Veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] te betalen een bedrag van EUR 400,00 (zegge: vierhonderd euro), bij niet betalen te vervangen door een vervangende hechtenis van 8 dagen.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe.
Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 400,00 (vierhonderd euro).
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [benadeelde partij], wonende te [a-straat 1] [plaats], aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.
Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen."
3.3. Bij de stukken van het geding bevindt zich een door het Hof op 23 januari 2008 gewezen "herstelarrest", inhoudende:
"Bij gelegenheid van de uitspraak die het gerechtshof heeft gedaan op 24 december 2007, is een kennelijke vergissing begaan.
In de 8e alinea van het dictum is beslist: "Veroordeelt verdachte om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] te betalen een bedrag een bedrag van EUR 400,00 (zegge:vierhonderd euro), bij niet betalen te vervangen door een vervangende hechtenis van 8 dagen."
Deze alinea is, gelet op wat onder de betreffende alinea is beslist, abusievelijk in de beslissing opgenomen.
Het hof zal deze omissie herstellen. Het hof is daarbij van oordeel dat door dit herstel verdachte noch het openbaar ministerie noch de benadeelde partij in enig rechtens te beschermen belang zijn geschaad.
Beslissing
Het hof herstelt zijn arrest van 24 december 2007 onder parketnummer 20-001594-07 gewezen, in zoverre dat de hierboven in de overwegingen bedoelde deelbeslissing als niet genomen dient te worden beschouwd."
3.4. Nu de door het Hof in "het herstelarrest" genoemde "omissie" niet een onmiddellijk kenbare fout, verschrijving of verrekening betrof, stond het het Hof niet vrij een "herstelarrest" te wijzen, zodat dat arrest in cassatie buiten beschouwing moet blijven.
3.5. Het Hof heeft in zijn onder 3.2 weergegeven beslissing bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ten onrechte bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast. De wet voorziet niet in die mogelijkheid. Het middel slaagt.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het Hof bij de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij heeft bevolen dat bij gebreke van betaling vervangende hechtenis zal worden toegepast;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan, W.F. Groos en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 6 juli 2010.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2010:BJ7243 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:837 Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2026:77 Hoge Raad, 20 januari 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:1931 Hoge Raad, 16 december 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2025:628 Hoge Raad, 22 april 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:1411 Hoge Raad, 22 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:859 Hoge Raad, 18 juni 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:594 Hoge Raad, 16 april 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:1 Hoge Raad, 9 januari 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:937 Hoge Raad, 20 juni 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:850 Hoge Raad, 6 juni 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2022:1315 Hoge Raad, 27 september 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:573 Parket bij de Hoge Raad, 28 juni 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2022:10 Hoge Raad, 8 februari 2022 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2021:1552 Hoge Raad, 2 november 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2021:989 Hoge Raad, 29 juni 2021 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2020:937 Hoge Raad, 2 juni 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:669 Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2020 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2019:1877 Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2019:1639 Hoge Raad, 29 oktober 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2019:847 Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2019:1098 Hoge Raad, 9 juli 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:2287 Hoge Raad, 11 december 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:2012 Hoge Raad, 6 november 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:999 Hoge Raad, 26 juni 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:834 Hoge Raad, 5 juni 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:655 Hoge Raad, 24 april 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2018:196 Hoge Raad, 13 februari 2018 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2017:545 Parket bij de Hoge Raad, 23 mei 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2016:251 Hoge Raad, 8 maart 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2016:15 Hoge Raad, 5 januari 2016 (strafrecht)
- ECLI:NL:HR:2015:2634 Hoge Raad, 15 september 2015 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2010:BJ7243 Parket bij de Hoge Raad, 6 juli 2010 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.