Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 11 september 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI6942Zaaknummer 08/04390
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 11 september 2009
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04390
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Pacht. Overgangsrecht. Niet-ontvankelijkheid. Per 1 september 2007 in werking getreden procesrechtelijke bepalingen voor pachtzaken sluiten cassatie niet uit. Voor lopende procedures geldt art. 74 lid 1 Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek. Van kracht worden van deze processuele bepalingen niet van invloed op mogelijkheid tot instellen rechtsmiddelen.
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting en de Gemeente in cassatie begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 september 2009.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
11 september 2009
Eerste Kamer
08/04390
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
1. STICHTING "DE BIESBOSCH" TOT BEHEER EN EXPLOITATIE VAN LANDERIJEN DER GEMEENTE DORDRECHT,
gevestigd te Dordrecht,
2. GEMEENTE DORDRECHT,
zetelende te Dordrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], de Stichting en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 20 februari 2006 de Stichting en de Gemeente gedagvaard voor de pachtkamer van de rechtbank Dordrecht, sector kanton, locatie Dordrecht, en gevorderd, kort gezegd:
- te verklaren voor recht dat het beding in de overeenkomst van 8 mei 2001 en de leveringsakte van 31 juli 2001, waarbij [eiser] en de Gemeente een koopsom voor de pachtrechten zijn overeengekomen, nietig is;
- de Stichting en de Gemeente te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een geldbedrag van € 1.170.934,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2001 tot aan de dag der algehele voldoening.
De pachtkamer heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 18 oktober 2007 de vordering in conventie afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling heeft de Pachtkamer van het hof bij arrest van 19 augustus 2008 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Stichting en de Gemeente hebben primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep en subsidiair tot verwerping van het beroep.
[Eiser] heeft de conclusie tot niet-ontvankelijkheid bestreden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 11 juni 2009 op de conclusie gereageerd.
3. De ontvankelijheid van het cassatieberoep
3.1 Ingevolge het tot 1 september 2007 van kracht zijnde art. 134 van de Pachtwet staat van arresten en beschikkingen van de Pachtkamer van het hof te Arnhem geen cassatieberoep open. Op 1 september 2007 is de Wet van 26 april 2007, Stb. 163, in werking getreden, waarbij de Pachtwet werd ingetrokken en titel 5 van Boek 7 BW (Pacht) werd ingevoerd. De bij dezelfde wet ingevoerde en eveneens op 1 september 2007 in werking getreden procesrechtelijke bepalingen voor pachtzaken (art. 1019j-1019v Rv.) sluiten cassatie niet uit. Deze wet bevat geen overgangsbepalingen. Derhalve geldt, zoals ook de wetgever naar blijkt uit de parlementaire geschiedenis van de voormelde wet heeft bedoeld, voor lopende procedures de algemene in verband met de Boeken 3-8 geldende overgangsbepaling van art. 74 lid 1 van de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek, zodat het van toepassing worden van deze procesrechtelijke bepalingen geen gevolg zal hebben voor het instellen van eventuele rechtsmiddelen (HR 19 december 2008, nr. 08/00239, LJN BG7314, NJ 2009, 22).
3.2 De onderhavige procedure is ingeleid bij dagvaarding van 20 februari 2006. Hieruit volgt, gelet op het hiervoor in 3.1 overwogene, dat in deze procedure geen cassatieberoep openstaat. [Eiser] is derhalve niet-ontvankelijk in zijn beroep.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting en de Gemeente in cassatie begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 september 2009.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 74 NBW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 134 BWBR0002269
- Artikel 1019j Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019k Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019l Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019m Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019n Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019o Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019p Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019q Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019r Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019s Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019t Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019u Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1019v Rv meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2009:BI6942 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHARN:2008:BE8606 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2009:BI6942 Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2009 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARN:2008:BE8606 Gerechtshof Arnhem, 19 augustus 2008 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.