Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 10 juli 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI0773Zaaknummer 08/04476
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 juli 2009
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04476
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid, relatieve nietigheid, herstel van verzuim in beroepschrift om een cassatieadvocaat te stellen (art. 426a Rv.) door binnen twee weken alsnog een door een cassatieadvocaat ondertekend exemplaar in te dienen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
10 juli 2009
Eerste Kamer
08/04476
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechter-commissaris heeft op 28 april 2008 een voordracht aan de rechtbank 's-Hertogenbosch gedaan de toepassing van de schuldsanering ten aanzien van [verzoeker] voortijdig te beëindigen.
De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling van de zaak, bij vonnis van 11 juli 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregeling geëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 22 oktober 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep, onder verbetering van gronden, bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] bij twee verzoekschriften beroep in cassatie ingesteld. De beide cassatierekesten zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in het onderhavige verzoek.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 20 april 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Tegen het arrest van het hof stond op grond van art. 351 lid 5 F. beroep in cassatie open tot en met 30 oktober 2008.
3.2 Het op 30 oktober 2008 bij de Hoge Raad ingekomen cassatierekest voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. omdat het niet is ingediend noch is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit gebrek brengt in beginsel mee dat [verzoeker] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3.3 Op 12 november 2008, dus na afloop van de cassatietermijn, is door mr. M.L. Kleyn, advocaat bij de Hoge Raad, hetzelfde verzoekschrift opnieuw bij de Hoge Raad ingediend.
3.4.1 De vraag rijst of hiermee het hiervoor genoemde gebrek is hersteld. Die vraag moet op grond van het volgende bevestigend worden beantwoord, waarmee de Hoge Raad terugkomt van zijn eerdere rechtspraak op dit punt.
3.4.2 Art. 281 Rv. bepaalt dat indien het verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de rechter de verzoeker de gelegenheid geeft binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen en dat indien de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze bepaling is ingevolge art. 362 Rv. van overeenkomstige toepassing in hoger beroep. De regeling van de verzoekschriftprocedure in cassatie houdt zo'n bepaling echter niet in. Art. 428a Rv. verklaart slechts art. 284 Rv. in cassatie van overeenkomstige toepassing. Uit dit laatste kan evenwel niet worden afgeleid dat de wetgever de overeenkomstige toepasselijkheid van art. 281 in cassatie heeft willen uitsluiten. De wetsgeschiedenis bevat geen enkele aanwijzing daartoe.
3.4.3 Dat art. 123 Rv., dat voor de dagvaardingsprocedure herstel van het verzuim advocaat te stellen mogelijk maakt, in art. 418a Rv. evenmin in cassatie van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, heeft in het onderhavige verband geen gewicht. Wat betreft het herstel van het verzuim om in de dagvaarding advocaat te stellen, is art. 123 van elke praktische betekenis ontbloot door de mogelijkheid van herstel op grond van art. 120 en art. 122 die ingevolge art. 418a in cassatie wèl van overeenkomstige toepassing zijn. Ten aanzien van de niet bij advocaat verschenen verweerder geldt dat de verweerder het verzuim advocaat te stellen kan herstellen door op de voet van het ingevolge art. 418a in cassatie toepasselijke art. 142 Rv. het tegen hem verleende verstek te zuiveren door alsnog ter rolle advocaat te stellen, te herstellen.
Voor het overige moet worden aangenomen dat art. 418a zich niet verzet tegen toepassing in cassatie van art. 123 waar dat nodig en geëigend zou zijn.
3.4.4 In het licht van een en ander bestaat er geen goede grond om in de verzoekschriftprocedure in cassatie de verzoeker - en de verzoeker in het incidenteel cassatieberoep - de mogelijkheid te onthouden het verzuim om in het verzoekschrift advocaat te stellen, te herstellen.
3.4.5 Dit herstel dient in cassatie te geschieden doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient. In dat geval zal als de dag waarop de zaak is aangebracht gelden de dag waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.
3.5 In de onderhavige zaak is, naar blijkt uit 3.3, het verzuim hersteld overeenkomstig hetgeen hiervoor in 3.4.5 is overwogen.
4. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 426a Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 281 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 362 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 428a Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 284 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 123 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 418a Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 142 Rv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 81 RO meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2009:BI0773 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2023:443 Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2023 (burgerlijk procesrecht)
- ECLI:NL:PHR:2022:816 Parket bij de Hoge Raad, 16 september 2022 (burgerlijk procesrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2020:8843 Rechtbank Noord-Holland, 14 oktober 2020 (verbintenissenrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:7456 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2020 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:10275 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 november 2019 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:7332 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 september 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:6598 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 augustus 2019 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:HR:2018:219 Hoge Raad, 16 februari 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2017:1317 Parket bij de Hoge Raad, 17 november 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHARL:2017:1577 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 februari 2017 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2016:4216 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 september 2016 (insolventierecht)
- ECLI:NL:HR:2016:1462 Hoge Raad, 8 juli 2016 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHAMS:2014:3376 Gerechtshof Amsterdam, 12 augustus 2014 (civiel recht)
- ECLI:NL:HR:2013:694 Hoge Raad, 13 september 2013 (civiel recht)
- ECLI:NL:HR:2013:CA3710 Hoge Raad, 12 juli 2013 (civiel recht)
- ECLI:NL:PHR:2009:BI0773 Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2009 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.