Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 28 maart 2006
ECLI:NL:HR:2006:AV4161Zaaknummer 01805/05
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 28 maart 2006
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 01805/05
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Moord; voorbedachte raad. De klacht dat de bewezenverklaarde voorbedachte raad niet kan worden afgeleid uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen faalt.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 maart 2006.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
28 maart 2006
Strafkamer
nr. 01805/05
SG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 19 november 2004, nummer 24/000439-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Almere Binnen" te Almere.
1. De bestreden uitspraak
1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Assen van 17 maart 2004 - de verdachte ter zake van 1 primair "moord" en 2. "verkrachting" veroordeeld tot vijftien jaren gevangenisstraf en daarbij bevolen dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.
1.2. De aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat de onder 1 bewezenverklaarde voorbedachte raad niet kan worden afgeleid uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.
3.2. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 14 februari 2003, in de gemeente Emmen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg zodanig geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd, dat tengevolge van dat geweld voornoemde [slachtoffer] is overleden."
3.3. Uit de bewijsmiddelen 1, 5 en 6 kan de bewezenverklaarde voorbedachte raad worden afgeleid.
3.4. Het middel faalt.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 maart 2006.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2006:AV4161 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHLEE:2004:AR6032 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2006:AV4161 Parket bij de Hoge Raad, 28 maart 2006 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHLEE:2004:AR6032 Gerechtshof Leeuwarden, 19 november 2004 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.