Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 8 juli 2005

ECLI:NL:HR:2005:AT3511Zaaknummer C04/147HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/147HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8 juli 2005 Eerste Kamer Nr. C04/147HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging BLARICUMSE LAWN TENNIS CLUB BLARICUM, gevestigd te Blaricum, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BLTC begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 8 juli 2005.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

8 juli 2005

Eerste Kamer

Nr. C04/147HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging BLARICUMSE LAWN TENNIS CLUB BLARICUM,

gevestigd te Blaricum,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 30 november 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: BLTC - gedagvaard voor de kantonrechter te Hilversum en gevorderd BLTC te veroordelen aan hem te betalen het loon over de door [eiser] opgenomen vakantiedagen in de periode april 1996 tot en met maart 2002, te vermeerderen met 10% wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

BLTC heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 17 juli 2002 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 5 februari 2004 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de niet verschenen BLTC is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BLTC begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 8 juli 2005.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.