Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 11 juni 2004
ECLI:NL:HR:2004:AP1375Zaaknummer 39467
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 11 juni 2004
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 39467
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Taxatierapporten belanghebbende.
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en
gelast dat de gemeente Leeuwarden aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 87.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2004.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Nr. 39.467
11 juni 2004
BK
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 19 maart 2003, nr. BK-02/00406, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaken a-straat 1, 2 en 3 te Q voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld op respectievelijk ƒ 116.000, ƒ 116.000 en ƒ 128.000.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de directeur van de Dienst Algemene Zaken van de gemeente Leeuwarden bij uitspraak de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 nader vastgesteld op ƒ 111.000 en de beschikking voor het overige gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Ambtshalve aanwezig bevonden grond voor cassatie
3.1. Het Hof is bij zijn waardering van de door belanghebbende overgelegde taxatierapporten (onderdeel 3.7 van zijn uitspraak) uitgegaan van de opvatting dat daaraan geen dan wel minder betekenis kan worden toegekend omdat uit die taxatierapporten niet blijkt dat de waarden zijn bepaald door middel van een in de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Uitvoeringsregeling) voorgeschreven methode. Voorts heeft het Hof een door belanghebbende gedaan beroep op statistische informatie gepasseerd (onderdeel 3.8 van zijn uitspraak) op de grond dat de waarden dienen te worden bepaald op een wijze als bedoeld in de Uitvoeringsregeling, waaronder niet is begrepen een methode op basis van (bedoeld zal zijn:) statistische gegevens in samenhang met stijgingspercentages.
3.2. Aldus heeft het Hof miskend dat de in de Uitvoeringsregeling neergelegde regels voor de onderbouwing en uitvoering van de waardebepaling weliswaar hulpmiddelen bevatten om te bereiken dat het wettelijke waardebegrip van artikel 17, lid 2, van de Wet waardering onroerende zaken wordt gehanteerd, maar dat de toetssteen uiteindelijk de waarde blijft zoals in dat artikellid omschreven, en dat die waarde ook op andere manieren kan worden bepaald (HR 29 november 2000, nr. 35797, BNB 2001/52).
3.3. 's Hofs uitspraak kan derhalve niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De klachten van belanghebbende behoeven geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en
gelast dat de gemeente Leeuwarden aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 87.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en P.J. van Amersfoort, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2004.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6345 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2024:322 Gerechtshof Den Haag, 5 maart 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:231 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:232 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:236 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:241 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:242 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2024:502 Rechtbank Noord-Holland, 9 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:5900 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 juli 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:1273 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 februari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:8891 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 oktober 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2022:2977 Rechtbank Rotterdam, 23 februari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2022:482 Rechtbank Oost-Brabant, 16 februari 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11834 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:9184 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 september 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:9185 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 september 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1235 Rechtbank Overijssel, 23 maart 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2021:716 Rechtbank Overijssel, 18 februari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:56 Gerechtshof Den Haag, 19 januari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:7156 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:1326 Rechtbank Den Haag, 31 januari 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3109 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 juli 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1719 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 april 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2019:624 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 februari 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2018:4842 Rechtbank Overijssel, 18 december 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2018:4840 Rechtbank Overijssel, 13 december 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2018:4463 Rechtbank Overijssel, 22 november 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2018:2653 Rechtbank Overijssel, 24 juli 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2018:2470 Rechtbank Noord-Nederland, 5 juli 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2018:4381 Rechtbank Rotterdam, 6 juni 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2018:1297 Rechtbank Overijssel, 18 april 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2018:739 Rechtbank Noord-Nederland, 6 maart 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:780 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2018:394 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 januari 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2017:3541 Rechtbank Overijssel, 12 september 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2017:3552 Rechtbank Overijssel, 12 september 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2017:3413 Rechtbank Overijssel, 31 augustus 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2017:2880 Rechtbank Overijssel, 18 juli 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2017:4778 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 juni 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2017:2172 Rechtbank Overijssel, 24 mei 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:9999 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 december 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2512 Gerechtshof Den Haag, 24 augustus 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2016:3835 Rechtbank Gelderland, 15 juli 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:2293 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 maart 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:1691 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 maart 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2016:680 Rechtbank Overijssel, 26 februari 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2015:7652 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2015:4175 Rechtbank Overijssel, 8 september 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2015:4182 Rechtbank Overijssel, 8 september 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2015:4469 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 juni 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2015:2686 Rechtbank Overijssel, 3 juni 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2015:2734 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 april 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2014:6413 Rechtbank Overijssel, 3 december 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2014:5822 Rechtbank Overijssel, 3 november 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2014:5823 Rechtbank Overijssel, 3 november 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2014:7470 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 september 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2014:2187 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 juli 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2014:3004 Rechtbank Overijssel, 4 juni 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2014:4214 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 mei 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2014:2581 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 maart 2014 (arbeidsrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2014:2261 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 maart 2014 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.