Uitspraak · Insolventierecht

Hoge Raad, 3 september 2004

ECLI:NL:HR:2004:AP0973Zaaknummer R04/020HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 september 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/020HR
Rechtsgebied
Civiel recht, Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

3 september 2004 Eerste Kamer Nr. R04/020HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoekster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven, t e g e n DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST HAAGLANDEN, gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. M.J. Schenck, later mr. M. Koedoot. 1. Het geding in feitelijke instanties...

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 3 september 2004.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van de middelen
  4. 4. Beslissing

3 september 2004

Eerste Kamer

Nr. R04/020HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

t e g e n

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST HAAGLANDEN,

gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. M.J. Schenck,

later mr. M. Koedoot.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 30 september 2003 gedateerd verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de Ontvanger - zich gewend tot de rechtbank te 's-Gravenhage en verzocht verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - in staat van faillissement te verklaren.

Nadat de rechtbank [verzoekster] op 5 en 19 november 2003 in raadkamer had gehoord, heeft zij bij vonnis van 19 november 2003 [verzoekster] in staat van faillissement verklaard met benoeming van een rechter-commissaris en een curator.

Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 27 januari 2004 heeft het hof voormeld vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Ontvanger heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 3 september 2004.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.