Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 25 september 2001

ECLI:NL:HR:2001:AB3280Zaaknummer 03022/00 B

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03022/00 B
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2001.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De bestreden beschikking
  2. 2. Geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Slotsom
  5. 5. Beslissing

25 september 2001

Strafkamer

nr. 03022/00 B

ACH/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 17 april 2000, nummer 09/753139-99, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klaagster] en [klager], gevestigd respectievelijk te [vestigingsplaats].

1. De bestreden beschikking

1.1. De Rechtbank heeft het beklag gegrond verklaard en de teruggave gelast aan de [klaagster] van de onder haar inbeslaggenomen gesloten en verzegelde envelop met scans van het lichaam van [betrokkene A].

1.2. De bestreden beschikking is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de klager, mr. B. Sluijters, advocaat te Amsterdam, heeft het cassatieberoep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel komt met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van de Rechtbank dat geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden waardoor het belang van de waarheidsvinding prevaleert boven dat van het beroepsgeheim. Blijkens de toelichting op het middel steunen de klachten op de daarin gestelde feiten en omstandigheden.

3.2. Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 20 maart 2000 houdt, als hetgeen door de Officier van Justitie naar voren is gebracht, niet meer dan het

volgende in:

"De officier van justitie concludeert tot ongegrondverklaring van het klaagschrift".

3.3. De Rechtbank heeft geen van de feiten of omstandigheden vastgesteld die blijkens de toelichting op het middel hebben moeten nopen tot het aannemen van de bedoelde uitzonderlijke omstandigheden. Uit het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer kan niet blijken dat door de Officier van Justitie daaromtrent iets is aangevoerd.

3.4. Het middel miskent aldus dat in cassatie geen beroep kan worden gedaan op feiten en omstandigheden die door de feitenrechter niet zijn vastgesteld en waarvan niet blijkt dat daarop in feitelijke aanleg een beroep is gedaan.

Het middel faalt mitsdien.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.M.M. Orie en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2001.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.