Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 oktober 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2745Zaaknummer 20-000427-26

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
6 oktober 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
20-000427-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep, Op tegenspraak
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 800,00 subsidiair 8 dagen hechtenis.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 en in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde heeft begaan;

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 en in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 27 juni 2025 onder CJIB nummer 3132 5420 0540 9741;

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 23 juni 2025 onder CJIB nummer 7132 5420 0587 8327;

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis;

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 800,00 (achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. G.P.N. Robben, voorzitter,

mr. M.C.C. van de Schepop en mr. J.C. Gillesse, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. K. Holleman, griffier,

en op 6 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
  2. 's-Hertogenbosch
  3. BESLISSING

Parketnummer: 20-000427-26

Uitspraak: 6 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 27 januari 2026 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-061148-24 en 05-181095-25, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het onder parketnummer 01-061148-24 feit 1en onder parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde bewezenverklaard, beide feiten telkens gekwalificeerd als ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 43 uren subsidiair 21 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder parketnummer 01-061148-24 feit 1 en onder parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft ten aanzien van het onder parketnummer 01-061148-24 feit 1 tenlastegelegde een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van het onder parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde heeft de verdediging primair bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken. Subsidiair is door de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Daartoe heeft de verdediging het hof verzocht een geldboete aan de verdachte op te leggen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1: hij op of omstreeks 14 oktober 2023 te 's-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een personenauto met het kenteken [kenteken 1]) een hoeveelheid van (in totaal) vier lachgascilinders, bevattende distikstofmonoxide (lachgas) van een gewicht van 13,372 kg, in elk geval een hoeveelheid, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1: hij op of omstreeks 14 juni 2025 te Velddriel, gemeente Maasdriel aanwezig heeft gehad 7109 gram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 en in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1:

hij op 14 oktober 2023 te 's-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een personenauto met het kenteken [kenteken 1]) een hoeveelheid van (in totaal) vier lachgascilinders, bevattende distikstofmonoxide (lachgas) van een gewicht van 13,372 kg, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Zaak met parketnummer 05-181095-25:

hij op 14 juni 2025 te Velddriel, gemeente Maasdriel aanwezig heeft gehad 7109 gram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1

Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina's van het dossier van de politie-eenheid Oost-Brabant, registratienummer PL2100-2023226790, gesloten d.d. 23 januari 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], hoofdagent van politie (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 101). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met de opgave van de bewijsmiddelen, aangezien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit.

De in de opsomming vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebruikt voor zover zij het bewezenverklaarde ondersteunen.

Het bewezenverklaarde berust op de navolgende bewijsmiddelen:

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2023 (pg. 7-10 van het procesdossier), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3];

2. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 14 oktober 2023 (pg. 40-44 van het procesdossier), voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte [verdachte];

3. De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 22 september 2026.

Zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1

Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina's van het dossier van de politie-eenheid Landelijke Expertise en Operaties, registratienummer PL0600-2025277247, gesloten d.d. 16 juni 2025, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4], hoofdagent van politie (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 44). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juni 2025 (pg. 5-8 van het procesdossier), voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 4]:

Op zaterdag 14 juni 2025, omstreeks 13.40 uur, woog ik de, onder de verdachte, inbeslaggenomen lachgascilinders. De cilinders waren van het merk FASTDELUXE en

C.R.E.A.M. GIANT.

Cilinder 1

Merk: FASTDELUXE

Bruto gewicht: 5764 gram

Netto gewicht na berekening: 2000 gram

Cilinder 2

Merk: FASTDELUXE

Bruto gewicht: 5264 gram

Netto gewicht na berekening: 1472 gram

Cilinder 3

Merk: FASTDELUXE

Bruto gewicht: 3890 gram

Netto gewicht na berekening: 126 gram

Cilinder 4

Merk: FASTDELUXE

Bruto gewicht: 5205 gram

Netto gewicht na berekening: 1441 gram

Cilinder 5

Merk: FASTDELUXE

Bruto gewicht: 5527 gram

Netto gewicht na berekening: 1763 gram

Cilinder 6

Merk: C.R.E.A.M. GIANT

Bruto gewicht: 4054 gram

Netto gewicht na berekening: 254 gram

Cilinder 7

Merk: FASTDELUXE

Bruto gewicht: 3817 gram

Netto gewicht na berekening: 53 gram

Ik zag dat er op het etiket van de lachgascilinder de volgende etiketten stonden:

  • groen etiket, niet brandbaar en niet giftig;
  • geel etiket, brandbaar;
  • GHS etiket, gevaarlijke stoffen;
  • uitroepteken etiket, gevaar;
  • etiket, gassen onder druk;
  • Het nummer UN1070, UN1070 is de UN-nummercode voor lachgas (distikstofmonoxide, N2O);
  • klasse 2.2/5.1, Klasse 2.2 in ADR (Het ADR (Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route, is een Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg) is een categorie van gevaarlijke stoffen die gassen omvat die niet brandbaar of giftig zijn, zoals bijvoorbeeld argon of stikstof. Klasse 5.1 omvat oxiderende stoffen, die zelf niet brandbaar zijn maar de verbranding van andere stoffen kunnen bevorderen.

Verdachte vervoerde netto 7109 gram lachgas en was tevens in het bezit van ballonnen die gebruikelijk zijn om lachgas te kunnen inhaleren/gebruiken.

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juni 2025 (pg. 9-11 van het procesdossier), voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5]:

Op zaterdag 14 juni 2025 om 08.08 uur, lazen wij, verbalisanten, een melding over een voertuig waarvan de inzittenden mogelijk onder invloed waren van lachgas. Wij zagen dat er in de melding een motorvoertuig werd genoemd met kenteken [kenteken 2]. Ik, verbalisant [verbalisant 5], bevroeg dit kenteken in de mij verstrekte politiesystemen. Ik zag dat het ging om een zwarte personenauto van met merk Volkswagen en type Polo.

Op zaterdag 14 juni 2025 om 08.25 uur zagen wij, verbalisanten, dat het betrokken voertuig weer een ANPR-hit genereerde op de A2 rechts ter hoogte van Oud-Empel. Wij zagen dat de bestuurder op de foto een zwarte ballon aan zijn mond had.

Op zaterdag 14 juni 2025 om 09.09 uur, gaven wij verbalisanten, een stopteken om de inzittende te controleren. Wij zagen dat de bestuurder hieraan voldeed en direct het voertuig deed stilhouden. Ik, verbalisant, [verbalisant 4], was bijrijder van het Snelle Interventie Voertuig en liep naar het betrokken voertuig toe. Ik opende het bijrijdersportier en zag direct twee lachgasflessen bij het voeteneinde van de bijrijder liggen. Ik, verbalisant, [verbalisant 4], vroeg aan alle inzittenden of ze uit wilden stappen. Toen de twee inzittenden op de achterbank uitstapten zag ik dat op de achterbank ook nog 3 lachgasflessen lagen. Ik verbalisant, [verbalisant 5], vroeg aan de bestuurder een rijbewijs. Ik zag dat de bestuurder mij een Nederlands rijbewijs overhandigde. Ik zag dat de foto op het rijbewijs overeenkwam met de persoon die voor mij stond. Dit bleek te zijn:

[verdachte] geboren op [geboortedag] 1998

Op zaterdag 14 juni 2025 om 09.25 uur, hebben wij toegang verschaft tot het voertuig op basis van artikel 9 lid 1 onder a van de Opiumwet. Dit, omdat wij verbalisanten al 5 lachgasflessen hadden aangetroffen in het voertuig. In de kofferbak zag ik, verbalisant [verbalisant 5], nog twee lachgasflessen die nog in het karton zaten. Ik zag dat de volgende tekst op het karton stond: Nitrous Oxide. Ik, verbalisant, weet dat dit lachgas betekent.

3. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 14 juni 2025 (pg. 18-23 van het procesdossier), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte:

V: Wist je dat er lachgasflessen in de auto lagen?

A: Ja toen de anderen instapten ja

V: Wat vond jij ervan dat ze met die flessen instapten.

A: Ik was het er niet mee eens maar ik dacht ik zet ze snel af en dan ben ik er snel af.

4. De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 22 september 2026, voor zover inhoudende:

Op 14 juni 2025 heb ik mensen opgehaald. Zij stapten in de auto met flessen lachgas, zo zag het eruit.

Bewijsoverwegingen

Algemene bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bijzondere bewijsoverwegingen

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft de raadsman primair aangevoerd dat niet vast is komen te staan dat de zeven cilinders die bij de verdachte in het voertuig zijn aangetroffen dezelfde cilinders zijn als de cilinders die later door de verbalisant zijn onderzocht en gewogen. Uit het proces-verbaal van bevindingen op pagina 6 van het procesdossier volgt dat van de aangetroffen cilinders er zes cilinders van het merk FastDeluxe waren en één cilinder van het merk Cream Giant. In de kennisgeving van inbeslagneming en in de afstandsverklaring staat echter dat de zeven inbeslaggenomen cilinders van het merk Cream Giant zijn. Derhalve is er twijfel omtrent de in het voertuig aangetroffen cilinders en het gewicht van deze cilinders. Om deze reden kan volgens de verdediging niet worden vastgesteld of de tenlastegelegde inhoud van 7109 gram ook daadwerkelijk de inhoud is van de in het voertuig aangetroffen cilinders.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat, gelet op het ontbreken van een deugdelijk onderzoek naar de inhoud van de cilinders, niet kan worden bewezen dat er distikstofmonoxide, oftewel lachgas, in de cilinders heeft gezeten. Er is geen onderzoek gedaan naar de chemische samenstelling van de aanwezige stof in de cilinders. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat de cilinders zijn hervuld met een andere stof. Redengevende omstandigheden die aantonen dat de cilinders lachgas bevatten ontbreken in het dossier, zoals een verklaring van een gebruiker met een beschrijving van de effecten. Tot slot is de indruk van de verdachte dat de cilinders lachgas bevatten enkel gebaseerd op de uiterlijke verschijningsvorm van de cilinders en de dozen, zodat dit niet redengevend is voor het bewijs. Kortom, met het enkele aantreffen van omstandigheden die naar hun uiterlijke verschijningsvorm op lachgas wijzen is nog niet vastgesteld wat er daadwerkelijk in deze aangetroffen cilinders zat. Om deze reden kan niet worden vastgesteld dat de verdachte lachgas aanwezig heeft gehad, aldus de verdediging.

Het hof overweegt ten aanzien van het primair ingenomen standpunt van de verdediging als volgt.

Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof vast dat de verdachte op 14 juni 2025 om 9:32 uur als bestuurder van een personenauto is aangehouden door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] wegens de aanwezigheid van zeven lachgascilinders in het voertuig. In de kennisgeving van inbeslagneming en de afstandsverklaring is opgenomen dat er op 14 juni 2025 zeven cilinders van het merk Cream Giant in beslag zijn genomen. Uit het proces-verbaal van bevindingen op pagina 6 van het procesdossier volgt echter dat er zes cilinders van het merk FastDeluxe en één cilinder van het merk Cream Giant in het voertuig zijn aangetroffen. Verbalisant [verbalisant 4] heeft op 14 juni 2025 om 13:40 uur – vier uur na het aantreffen van de cilinders in het voertuig – het gewicht van de cilinders vastgesteld met behulp van een weegschaal. De verbalisant heeft dit tevens vastgelegd op foto’s die als bijlage zijn gevoegd in het procesdossier. Ook uit deze fotobijlagen volgt dat er zes cilinders van het merk FastDeluxe en één cilinder van het merk Cream Giant in beslag zijn genomen. Vervolgens heeft verbalisant [verbalisant 4] de netto inhoud van de cilinders nauwkeurig berekend. Gelet op het korte tijdsbestek tussen de aanhouding en het daaropvolgende nauwkeurige onderzoek aan de cilinders constateert het hof dat de in de kennisgeving van inbeslagname en afstandsverklaring genoemde merknaam ‘Cream Giant’ onvolledig is geweest in zoverre dat daar ook de merknaam FastDeLuxe bij had moeten staan. Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden – in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien – is voor het hof genoegzaam komen vast te staan dat verbalisant [verbalisant 4] de in het voertuig aangetroffen cilinders heeft onderzocht en gewogen, waarna hij heeft geconstateerd dat de netto inhoud van de cilinders een totaalgewicht van 7109 gram heeft. Daarvoor is te meer aanleiding nu er in het dossier geen enkel aanknopingspunt is voor de veronderstelling dat er sprake was van nog andere cilinders dan de in de auto van verdachte aangetroffen 7 cilinders. Het hof stelt op basis van het voorgaande vast dat de netto inhoud van de bij de verdachte in het voertuig aangetroffen cilinders een totaalgewicht heeft van 7109 gram.

Met betrekking tot het subsidiair ingenomen standpunt van de verdediging overweegt het hof het volgende.

De verbalisanten hebben op 14 juni 2025 zeven lachgascilinders aangetroffen in het voertuig bij de verdachte. Na onderzoek aan de cilinders constateerden zij dat de tekst ‘nitrous oxide’ en de code UN1070 op de cilinders stond. De verbalisanten relateren dat het hen ambtshalve bekend is dat UN1070 de UN-nummercode is voor lachgas. Uit openbare bron stelt het hof vast dat lachgas in het Engels ‘nitrous oxide’ is. Hieruit kan worden afgeleid dat het ter ondersteuning van het vorenstaande moet gaan om de stof ‘nitrous oxide’, oftewel lachgas. Verder heeft de verdachte in het politieverhoor verklaard dat hij wist dat er lachgascilinders in de auto lagen nadat zijn medepassagiers waren ingestapt. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij bij het instappen van zijn passagiers nog heeft geprotesteerd omdat hij niet wilde dat zij lachgascilinders meenamen in zijn auto. Daarnaast hebben de verbalisanten op een foto afkomstig van een ANPR-camera waargenomen dat de bestuurder van de auto – van wie later bleek dat het de verdachte was – een zwarte ballon aan zijn mond had. Als er al, zoals de raadsvrouw heeft aangevoerd, geen lachgas in de cilinders had gezeten, dan moet dat door verdachte zijn opgemerkt maar die heeft daarover niets verklaard. Verder volgt uit het dossier dat de verdachte ook ballonnen aanwezig had in het voertuig die gebruikt worden om lachgas te kunnen inhaleren. Tot slot ziet het hof in het dossier geen enkele aanwijzing dat er een andere stof in de cilinders zou zitten of dat de cilinders hervuld zouden zijn met iets anders dan lachgas, zoals de verdediging aanvoert. Dat wordt ook nog ondersteund door de bevinding dat één van de lachgasflessen onaangebroken was. Resumerend is het hof van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep voldoende redengevende omstandigheden aanwezig zijn waardoor kan worden vastgesteld dat de cilinders die in het voertuig zijn aangetroffen gevuld waren met een hoeveelheid lachgas.

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden wordt het vrijspraakverweer van de verdediging in al zijn onderdelen verworpen en acht het hof – evenals de politierechter en met de advocaat-generaal – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sancties

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 13,372 kilogram lachgas en aan het aanwezig hebben van 7109 gram lachgas. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van lachgas een gevaar oplevert voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien gaat het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt toegebracht. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van deze problematiek.

Daarnaast heeft het hof acht geslagen op een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 13 augustus 2026, waaruit volgt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsmisdrijven, verkeersovertredingen en vermogensdelicten. Daaronder bevinden zich evenwel geen onherroepelijke veroordelingen voor soortgelijke strafbare feiten, zodat het hof daaraan geen gewicht zal toekennen bij de strafoplegging. Het hof heeft tevens rekening gehouden met de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Het hof ziet hierin echter geen aanknopingspunten om te volstaan met de oplegging van uitsluitend een geldboete zoals verzocht door de verdediging, mede gelet op de ernst van het feit.

Het hof wijkt bij de strafoplegging af van de door de advocaat-generaal gevorderde straf, omdat rekening dient te worden gehouden met het feit dat het onder parketnummer 05-181095-25 feit 1 bewezenverklaarde een overtreding en geen misdrijf oplevert omdat bij dit feit de opzet ontbreekt in de tenlastelegging.

Alle omstandigheden afwegende is het hof van oordeel dat ten aanzien van het onder parketnummer 01-061148-24 feit 1 bewezenverklaarde een taakstraf voor de duur van 50 uren met aftrek van voorarrest, passend en geboden is. Ten aanzien van het onder parketnummer 05-181095-25 feit 1 bewezenverklaarde is het hof van oordeel dat een geldboete van € 800,00, passend en geboden is.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Met betrekking tot de redelijke termijn overweegt het hof het volgende.

Bij de strafvervolging van de verdachte in eerste aanleg is de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, geschonden. Het hof stelt de aanvang van de redelijke termijn in eerste aanleg op de datum van de inverzekeringstelling van de verdachte op 14 oktober 2023. De behandeling van de onderhavige strafzaak in eerste aanleg is geëindigd op 27 januari 2026 met het wijzen van het vonnis waarvan beroep. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg overschreden met ruim 3 maanden. Nu de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren en een geldboete van € 800,00, zal het hof volstaan met de enkele constatering van deze overschrijding maar daaraan geen consequenties verbinden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 en in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 tenlastegelegde heeft begaan;

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 en in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 27 juni 2025 onder CJIB nummer 3132 5420 0540 9741;

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 23 juni 2025 onder CJIB nummer 7132 5420 0587 8327;

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-061148-24 feit 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis;

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-181095-25 feit 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 800,00 (achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 (acht) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. G.P.N. Robben, voorzitter,

mr. M.C.C. van de Schepop en mr. J.C. Gillesse, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. K. Holleman, griffier,

en op 6 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.