Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 september 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2659Zaaknummer 20-002717-25

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
20-002717-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep, Op tegenspraak
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De verdachte is ter zake van het vernielen van een autoband veroordeeld tot een geldboete van € 225,00 subsidiair 2 dagen hechtenis en het betalen van een schadevergoeding aan de benadeelde partij. Voor het vernielen van de auto(deuren) is de verdachte partieel vrijgesproken, omdat het hof niet kon vaststellen dat hij ook deze schade heeft aangericht. De benadeelde partij is voor dit gedeelte van de schade niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 225,00 (tweehonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 260,00 (tweehonderdzestig euro) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat de verdachte voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 260,00 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 2 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Aldus gewezen door:

mr. A.C. Bosch, voorzitter,

mr. R.G.A. Beaujean en mr. P. Jeeninga, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zaalen, griffier,

en op 28 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. P. Jeeninga is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
  2. 's-Hertogenbosch
  3. BESLISSING
  4. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Parketnummer: 20-002717-25

Uitspraak: 28 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 20 oktober 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-129617-25 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1949,

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen’ veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 225,00 subsidiair 4 dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.340,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij voor het overige afgewezen.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep vernietigt en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van de vernieling van de autoband veroordeelt tot een geldboete ter hoogte van € 225,00 subsidiair 2 dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij toewijst tot een bedrag van € 260,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit en heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd. Voorts heeft de verdediging verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde].

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 16 februari 2025 te Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een autoband en/of auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Partiële vrijspraak

Het hof acht heeft uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de autodeuren van de benadeelde partij heeft beschadigd door deze te bekrassen. Het hof zal de verdachte daarom partieel vrijspreken van het tenlastegelegde beschadigen van de auto.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 16 februari 2025 te Venlo opzettelijk en wederrechtelijk een autoband die aan [benadeelde] toebehoorde heeft vernield.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep een strafmaatverweer gevoerd en heeft het hof verzocht om – gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – een voorwaardelijke geldboete op te leggen.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof overweegt in het bijzonder als volgt.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het vernielen van de autoband van het slachtoffer [benadeelde]. Het slachtoffer heeft vervolgens nietsvermoedend met de auto gereden en voelde op de autosnelweg dat de auto uit balans raakte. Eenmaal op de vluchtstrook bleek dat de band plat was. Een en ander had tot gevaarlijke situaties kunnen leiden. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 juni 2026, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het onderzoek ter terechtzitting is hieromtrent gebleken dat de verdachte niet meer werkt en een AOW-uitkering heeft.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een voorwaardelijke straf en acht het hof oplegging van een geldboete ter hoogte van € 225,00 subsidiair 2 dagen hechtenis, passend en geboden.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij [benadeelde] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 1.470,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering valt uiteen in de volgende onderdelen:

  • vervangen autoband(en) - € 260,00;
  • spuitwerk auto - € 1.210,00.

Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een totaalbedrag van € 1.340,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting in hoger beroep betwist. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schadevordering dient te worden gematigd, omdat deze niet is onderbouwd met een factuur en er slechts een offerte voor reparatie is overgelegd, waardoor niet vaststaat dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Voorts acht de verdediging de noodzaak van het vervangen van beide voorbanden onvoldoende onderbouwd, aangezien de tenlastelegging slechts betrekking heeft op één band.

Toewijzing (algemeen)

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 260,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Het hof overweegt dat deze schade ziet op het vervangen van zowel de kapotte autoband als een andere autoband. Anders dan de verdediging acht het hof voldoende causaal verband aanwezig tussen het bewezenverklaarde en deze schade. Het is immers algemeen bekend dat bij schade aan één band het raadzaam is om ook de andere band op dezelfde as te vervangen. Daarmee wordt ongelijke grip en versnelde slijtage voorkomen. Het vervangen van ook de linker voorband staat derhalve naar het oordeel van het hof voldoende in causaal verband met het bewezenverklaarde feit.

Niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij o.g.v. art. 361 lid 2 sub b Sv

In het overige gedeelte van de vordering, bestaande uit de kosten van spuitwerk aan de auto, kan de benadeelde partij niet worden ontvangen. Het hof heeft de verdachte immers vrijgesproken van handelingen waardoor die schade zou kunnen zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom thans in zoverre niet in de vordering worden ontvangen.

Wettelijke rente

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

Proceskosten

Het hof zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde] is toegebracht tot een bedrag van € 260,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen tot een bedrag van € 260,00, te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 2 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24c, 36f en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 225,00 (tweehonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 260,00 (tweehonderdzestig euro) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt dat de verdachte voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 260,00 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 2 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Aldus gewezen door:

mr. A.C. Bosch, voorzitter,

mr. R.G.A. Beaujean en mr. P. Jeeninga, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Zaalen, griffier,

en op 28 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. P. Jeeninga is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.