Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 november 2025

ECLI:NL:GHSHE:2025:3326Zaaknummer 200.356.829_02

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
200.356.829_02
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening tijdens echtscheidingsprocedure. Afwijzen verzoek tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling. Raadsonderzoek.

Het hof:

wijst het verzoek van de vader af;

verzoekt de raad een onderzoek in te stellen conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 6.6.2 is overwogen;

verzoekt de raad tijdig vóór 1 juni 2026 PRO FORMA rapport en advies uit te brengen aan het hof in de zaak met het zaaknummer 200.356.829/01, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, E.M.D.M. van der Linden en G.M. Goes en is op 20 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De zaak in het kort
  2. 2 Het geding in eerste aanleg
  3. 3 Het geding in hoger beroep in de voorlopige voorziening procedure
  4. 4 De feiten
  5. 5 Omvang van het geschil in de voorlopige voorziening procedure
  6. 6 De beoordeling in de voorlopige voorziening procedure
  7. 7 De beslissing in de voorlopige voorziening

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 20 november 2025

Zaaknummer: 200.356.829/02 (voorlopige voorziening)

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/406871 / FA RK 24-3044

in de zaak in hoger beroep van:

[Vader],

ingeschreven te [gemeente],

verzoeker in de voorlopige voorziening,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. C. Trovatello,

tegen

[Moeder],

wonende op een bij het hof bekend adres,

verweerster in de voorlopige voorziening,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. T.H. Hermans.

Deze zaak gaat over:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag] 2015 te [plaats], Moldavië. Hierna te noemen: [minderjarige 1].

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag] 2021 te [gemeente]. Hierna te noemen: [minderjarige 2].

Hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

1 De zaak in het kort

Deze zaak gaat over een voorlopige voorziening voor de duur van de echtscheidingsprocedure in hoger beroep. Aan de orde is de voorlopige zorgregeling tussen de kinderen en de vader. Het hoger beroep in de echtscheidingsprocedure is geregistreerd onder het zaaknummer 200.356.829/01.

2 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 april 2025 uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

3 Het geding in hoger beroep in de voorlopige voorziening procedure

3.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen bij de griffie op 7 juli 2025, heeft de vader in de bodemzaak (onder meer) verzocht een zorg- en contactregeling vast te stellen en, voor zover van belang in onderhavige procedure, verzocht een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van de zorgregeling voor de duur van de echtscheidingsprocedure in hoger beroep.

3.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen bij de griffie op 20 augustus 2025 heeft de moeder verzocht het verzoek van de vader om een voorlopige zorgregeling vast te stellen af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen.

3.3.

De mondelinge behandeling van het verzoek tot het treffen van de voorlopige voorziening heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Russische taal, H. Hazym met tolkennummer [nummer];

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Russische taal, A.A. Pin met tolkennummer [nummer];

- de raad, vertegenwoordigd door [naam 1].

3.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het V6-formulier met productie 13 namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 22 oktober 2025.

4 De feiten

4.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd op 25 april 2015 te Chişinău, Moldavië. Partijen hebben de Roemeense nationaliteit.

4.2.

De moeder heeft op 17 september 2024 een verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend. De rechtbank heeft bij voornoemde beschikking van 17 april 2025 onder meer de echtscheiding uitgesproken. De vader heeft in die procedure geen verweer gevoerd. De echtscheidingsbeschikking is op 24 september 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4.3.

Uit het huwelijk van partijen zijn de kinderen geboren. Zij hebben de Roemeense nationaliteit. Bij voornoemde echtscheidingsbeschikking is onder meer de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald. Verder is bepaald dat de vader € 225,- per maand dient te betalen aan de moeder als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

5 Omvang van het geschil in de voorlopige voorziening procedure

5.1.

In onderhavige procedure verzoekt de vader in het kader van een voorlopige zorgregeling te bepalen dat de kinderen contact/omgang met de vader zullen hebben als volgt:

  • Zolang de vader wegens revalidatie veelvuldig in het buitenland verblijft zullen de vader en de kinderen twee per week, op dinsdag en op donderdag 19.00 uur, via WhatsApp videobellen contact hebben;
  • Zodra de vader de revalidatie in het buitenland heeft beëindigd en de vader weer

daadwerkelijk in Nederland verblijft, zullen de kinderen bij de vader verblijven als

volgt:

• Indien de vader geen zelfstandige huisvesting heeft dusdanig dat de kinderen

aldaar kunnen overnachten, zullen de kinderen twee per week, op dinsdag en op

donderdag bij de vader verblijven van na school tot 19.00 uur;

• Indien de vader wel over zelfstandige huisvesting beschikt dusdanig dat de

kinderen aldaar kunnen overnachten, zullen de kinderen bij de vader verblijven

gedurende een weekend per veertien dagen van vrijdag na school tot zondag 19.00

uur, alsmede iedere dinsdag na school tot woensdagochtend 8.30 uur (de vader

brengt de kinderen dan naar school). Alsdan zullen de kinderen ook bij de vader

verblijven gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, zulks in

onderling overleg af te stemmen;

• Op de verjaardag van de kinderen verblijven de kinderen bij die ouder alwaar

zij ingevolge de reguliere zorgregeling zijn. De andere ouder krijgt de

gelegenheid om de kinderen per telefoon/beeldbellen te feliciteren.

Dan wel subsidiair een zorg- en contactregeling vast te stellen welke het hof in goede justitie zal bepalen.

5.2.

De moeder is het hier niet mee eens en verzoekt om het verzoek van de vader tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling af te wijzen.

6 De beoordeling in de voorlopige voorziening procedure

Rechtsmacht en toepasselijk recht

6.1.

De ouders hebben de Roemeense nationaliteit. Het hof zal de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter beoordelen op grond van artikel 7 lid 1 van Verordening (EU) 2019/1111 van 25 juni 2019 (hierna: Brussel II-ter). Op grond van de hoofdregel van artikel 7 lid 1 Brussel II-ter zijn in zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Nu de kinderen toen de gewone verblijfplaats in Nederland hadden (en nog altijd hebben), is de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek betreffende de voorlopige zorgregeling kennis te nemen.

6.2.

Ingevolge artikel 15 van het Haags Kinderbeschemingsverdrag 1996 is Nederlands recht van toepassing.

De standpunten

6.3.

De vader voert, samengevat het volgende aan.

Ten onrechte heeft de rechtbank geen zorg- en contactregeling vastgesteld. Het is van essentieel belang dat er een fatsoenlijke regeling bestaat tussen de vader en de kinderen. Het is niet in het belang van de kinderen als er geen contact is met de vader. Dit is schadelijk voor de kinderen. De vader heeft al langere tijd, vanaf de zomer 2024, geen omgang en contact met de kinderen. De vader heeft geprobeerd het contact te onderhouden, maar de moeder maakt dit onmogelijk. De moeder weigert ieder contact met de vader.

De vader heeft in februari 2022 ernstig hersenletsel opgelopen na een scooterongeval. Hij heeft in Nederland medische behandeling ondergaan. De vader heeft nog steeds last van zijn hersenletsel. Omdat de revalidatie in Nederland niet voldoende herstel bood, heeft de vader in overleg met de huisarts naar andere mogelijkheden van revalidatie gekeken. Na overleg is besloten dat de vader zich aanmeldt voor revalidatie in Rusland. De behandeling is op 8 mei 2024 gestart. De behandeling loopt nog steeds. De vader verblijft voor de behandeling gedurende meerdere aaneengesloten langere periodes in Rusland. Een duidelijke einddatum van het behandeltraject in Rusland kan niet worden gegeven door de behandeld neuroloog van de revalidatiekliniek, het “Stedelijk ziekenhuis 11 van Toela”. De vader vertrekt het weekend na de mondelinge behandeling op 23 oktober 2025 weer naar Rusland voor de behandeling.

De vader heeft wanneer hij in Nederland was, geprobeerd contact te krijgen met de kinderen en is onder andere naar de school van de kinderen gegaan. Veilig Thuis is toen ingeschakeld door Kindcentrum [naam 2] en de politie. Door Veilig Thuis is de vader te kennen gegeven en verzocht om het contact niet zelf te forceren en te realiseren door bijvoorbeeld onaangekondigd en zonder afspraak de kinderen op school te bezoeken/op te wachten of om onaangekondigd en zonder afspraak naar de woning van de moeder te gaan. Er zijn veiligheidsafspraken gemaakt. Hoewel het de vader groot verdriet doet dat hij zijn kinderen niet kan zien, heeft hij uiteindelijk gehandeld naar de adviezen van Veilig Thuis. De vader realiseert zich dat hij de zorg- en contactregeling op juiste wijze tot stand moet brengen en dat het contact weer moet worden opgebouwd. De vader heeft geen eigen zelfstandige huisvesting en ook hier moet rekening mee worden gehouden. De moeder woont met de kinderen op een voor de vader onbekend adres. Nu er al geruime tijd geen contact is tussen de vader en de kinderen is het van belang dat zo snel mogelijk een start wordt gemaakt met de opbouw van het contact.

6.4.

De moeder voert, samengevat, het volgende aan.

Voor de moeder was langere tijd onbekend waar de vader verbleef. Medio augustus 2024 is de vader onaangekondigd teruggekeerd in de echtelijke woning. Ook verscheen hij veelvuldig op de school van [minderjarige 1]. Dit heeft voor veel spanning gezorgd en uiteindelijk is Veilig Thuis en de politie betrokken. De vader is op 3 oktober 2024 weer teruggekeerd naar Rusland. Anders dan de vader stelt, heeft hij niet gehandeld naar de adviezen van Veilig Thuis en zijn de zorgen bij Veilig Thuis niet weg. Veilig Thuis maakt zich ernstige zorgen over de psychische gezondheid en onvoorspelbaarheid van de vader. Er zijn veel zorgen over de veiligheid van de kinderen. De vader doet zorgwekkende uitspraken en geeft aan de kinderen mee te willen nemen naar Rusland. Veilig Thuis heeft het dossier niet afgesloten maar overgedragen aan het Sociale Team [gemeente]. Vanwege de lange wachtlijsten is er tot op heden geen hulpverlening opgestart voor partijen. Inmiddels is de moeder met de kinderen verhuisd naar een geheim adres. Veilig Thuis heeft op 14 augustus 2025 in een gesprek aangegeven dat het in het belang van de kinderen is dat het contact met de vader in eerste instantie onder begeleiding plaatsvindt en dat de begeleiding de Russische taal beheerst zodat wordt begrepen wat de vader tegen de kinderen zegt. Ook eventuele belcontacten zouden onder begeleiding moeten plaatsvinden. Gelet op de zorgen die er nog altijd zijn over de toestand van de vader en zijn handelen richting de kinderen, is de moeder van mening dat contact tussen de vader en de kinderen op dit moment niet in het belang van de kinderen is. Eerst moet samen met de hulpverlening bekeken worden of de vader in staat is om aan te sluiten bij de behoefte van de kinderen. In het kader van de voorlopige voorziening zijn de zorgen op dit moment te groot en er is geen ruimte voor een tijdelijke zorgregeling. Ook videobellen is niet in het belang van de kinderen.

6.5.

De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling het volgende geadviseerd.

Het is voor de ontwikkeling van de kinderen belangrijk dat ze met beide ouders contact hebben. Ze hebben de vader al erg lang niet gezien. De raad acht het van belang dat er meer zicht komt op welke mogelijkheden en onmogelijkheden de ouders hebben om het contact tussen de vader en de kinderen vorm te geven. Mocht het hof contact in het belang van de kinderen achten dan dient het (telefonisch) contact begeleid te worden door een Russisch sprekende begeleider. [naam 3] Jeugdzorg kan de begeleiding bieden en de ouders zouden zich hier kunnen aanmelden.

Het oordeel

6.6.

Het hof overweegt als volgt.

6.6.1.

Ingevolge art. 821 lid 1 en art. 822 lid 1 aanhef en onder d van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) kan de rechter bij beschikking voor de duur van het geding een regeling vaststellen inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

6.6.2.

Zoals het hof tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep ook heeft besproken, ziet het hof naar aanleiding van hetgeen uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, met name vanwege de geëscaleerde situatie, de voortdurende betrokkenheid van Veilig Thuis en de zorgen rondom de kinderen, aanleiding om een raadsonderzoek te gelasten. Het hof verzoekt de raad de volgende vragen te beantwoorden:

- welke verdeling van de zorg- en opvoedtaken is het meest in het belang van de kinderen?

- welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn van belang om in de rapportage en het advies te vermelden?

6.6.3.

Het hof acht het noodzakelijk dat het raadsonderzoek dient te worden afgewacht alvorens een zorgregeling kan worden vastgesteld.

Verder is het hof van oordeel dat een voorlopige voorziening zich er in beginsel niet voor leent om de uitkomsten van het raadsonderzoek af te wachten. Een voorlopige voorzieningen procedure beoogt slechts op zo kort mogelijke termijn een aantal naar hun aard tijdelijke ordemaatregelen te treffen. Dit brengt met zich dat in dit geval kan worden volstaan met voormeld verzoek aan de raad.

De resultaten van het onderzoek door de raad kunnen worden meegenomen bij de beslissing in de bodemprocedure. Vast staat immers dat er ook een hoger beroep in de echtscheidingsprocedure is ingesteld, waarin de vader eveneens heeft verzocht een zorg- en contactregeling vast te stellen, zodat het hof de raad verzoekt te rapporten in deze bodemprocedure met het zaaknummer 200.356.829/01.

6.6.4.

Het hof zal gelet op het vorenstaande het verzoek van de vader tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling afwijzen.

6.6.5.

Het hof gaat er wel van uit dat partijen gedurende het raadsonderzoek zich aanmelden via het sociaal wijkteam voor een verwijzing naar [naam 3 Jeugdzorg] zodat er begeleide belcontacten tussen de vader en de kinderen tot stand kunnen komen, waarbij er zorg voor wordt gedragen dat de belcontacten op een voor de kinderen veilige en fijne manier verlopen. Het hof heeft geen inzage in hoe vaak en wanneer [naam 3 Jeugdzorg] eventuele belcontacten kan vormgeven waardoor het hof dit niet kan opnemen in het dictum.

7 De beslissing in de voorlopige voorziening

Het hof:

wijst het verzoek van de vader af;

verzoekt de raad een onderzoek in te stellen conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 6.6.2 is overwogen;

verzoekt de raad tijdig vóór 1 juni 2026 PRO FORMA rapport en advies uit te brengen aan het hof in de zaak met het zaaknummer 200.356.829/01, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, E.M.D.M. van der Linden en G.M. Goes en is op 20 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.