Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 november 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3092Zaaknummer 200.353.496_01
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 november 2025
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.353.496_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 1:253c lid 1 BW. Wettelijk uitgangspunt is gezamenlijk gezag. Kind zit klem tussen de ouders, maar niet direct een gevolg van de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag. De uitoefening van het gezamenlijk gezag is een verantwoordelijkheid van de ouders.
Het hof:
bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 januari 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van
deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, E.M.C. Dumoulin en M.J.C. van Leeuwen en is op 6 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 6 november 2025
Zaaknummer: 200.353.496/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/0 1/395153 / FA RK 23-2993
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats 1],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. G.V. van Campen,
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats 2],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. C.M.C.J. van der Sprong.
Deze zaak gaat over de minderjarige:
[kind], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats], hierna te noemen [kind].
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio [regio],
hierna te noemen: de raad.
De zaak in het kort:
De rechtbank heeft de vader voortaan gezamenlijk met de moeder belast met de uitoefening van het gezag over [kind]. De moeder komt van deze beslissing in hoger beroep.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 januari 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 april 2025, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover de vader mede is belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [kind] en opnieuw rechtdoende het verzoek van de vader om hem mede te belasten met het ouderlijk gezag af te wijzen.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 23 mei 2025, heeft de vader verzocht de moeder in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar verzoek af te wijzen en de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Campen,
- de vader, bijgestaan door mr. Van der Sprong;
- [vertegenwoordiger raad] namens de raad.
Het hof heeft [kind] in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hiervan gebruik gemaakt en de voorzitter heeft op 30 september 2025 – buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden – in het bijzijn van de griffier met haar gesproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van dit gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.
Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van:
- het V6-formulier van mr. Van Campen van 2 mei 2025, met als bijlagen de processen-verbaal van de mondelinge behandelingen bij de rechtbank op 7 november 2023 en 16 december 2024;
- de brief van mr. Van Campen van 18 september 2025 met producties 11-17;
- de brief van mr. Van der Sprong van 18 september 2025 met producties 7-11.
Bij bericht van 17 september 2025 heeft [kind] laten weten dat zij haar mening kenbaar wil maken aan het hof. Er is daarom een kindgesprek ingepland op 30 september 2025, zoals hiervoor is aangegeven. Bij het bericht van 17 september 2025 waren bijlagen gevoegd. Zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken laat het hof de bijlagen bij het bericht van [kind] van 17 september 2025 buiten beschouwing, omdat er alleen door een advocaat stukken mogen worden ingediend. Dit is op 25 september 2025 ook naar [kind] teruggekoppeld.
3 De beoordeling
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit de relatie van partijen is de minderjarige [kind] geboren.
De vader heeft [kind] erkend. [kind] heeft het hoofdverblijf bij de moeder.
De vader en [kind] hebben sinds april 2023 geen contact meer met elkaar gehad.
De moeder en de vader zijn aangemeld voor een traject bij de Gezinsmanager.
Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank bepaald dat de vader voortaan gezamenlijk met de moeder met de uitoefening van het gezag wordt belast over [kind]. Het verzoek om contactregeling tussen de vader en [kind] vast te stellen heeft de rechtbank afgewezen. De proceskosten zijn gecompenseerd.
De moeder kan zich met de beslissing over het gezag niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.
De moeder voert - samengevat - het volgende aan. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat er geen sprake is van een situatie waarbij [kind] klem of verloren zou raken tussen de ouders dan wel dat afwijzing van het verzoek anderszins in het belang van [kind] noodzakelijk is. De moeder wilde aanvankelijk berusten in de beslissing van de rechtbank, maar de vader stelde zich vervolgens zeer dwingend op rondom het geven van toestemming voor de zomervakantie van 2025 van de moeder met [kind]. Daarna zijn er geen problemen meer geweest met de uitoefening van het gezamenlijk gezag en het verkrijgen van toestemming van de vader. Voor de moeder speelt het gezamenlijk gezag geen grote rol en het maakt voor haar niet veel uit of de vader mede het gezag heeft. De ouders communiceren per e-mail en de moeder informeert de vader over het wel en wee van [kind]. [kind] heeft echter wel last van het gezamenlijk gezag. [kind] wil geen contact met de vader en zij wil niet dat haar vader mede beslissingen neemt over haar. Het plaatst de moeder in een lastige positie. Het gaat niet goed met [kind]. Het eenhoofdig gezag zal hier niet ineens verandering in brengen, maar het brengt hopelijk rust. [kind] is zeer intelligent, maar is er een discrepantie tussen haar cognitief en emotioneel vermogen. Het traject bij [hulpinstantie] is helaas mislukt. De ouders staan op de wachtlijst bij de Gezinsmanager voor een traject Solo Parallel Ouderschap. [kind] wil hier niet bij betrokken worden. Er is op dit moment geen hulpverlening voor [kind], omdat zij daar niet voor open staat. Af en toe heeft [kind] contact met de kindbehartiger. De moeder is het niet eens met de door de vader verzochte proceskostenveroordeling.
De vader voert - samengevat - het volgende aan. Het uitgangspunt is gezamenlijk gezag en er is geen reden om hiervan af te wijken. Er is jarenlang een goed contact geweest tussen de ouders en tussen de vader en [kind]. De vader heeft geen idee waarom het contact zo veranderd is. Volgens de moeder ondersteunt en stimuleert zij [kind] in het contact met de vader, maar tegelijkertijd wil de moeder geen rechtstreekse gesprekken met de vader voeren en ook onder begeleiding is er geen gesprek mogelijk. Het contact met [kind] kan pas worden hersteld als het contact tussen de ouders beter is. [kind] is erg volwassen voor haar leeftijd en weet precies wat er speelt tussen de ouders. Dat baart de vader zorgen. De vader heeft weinig vertrouwen in het traject bij de Gezinsmanager. De vader maakt geen misbruik van het gezag. Het is niet juist dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de zomervakantie van de moeder met [kind]. De feiten en omstandigheden met betrekking tot de zomervakantie liggen anders dan de moeder het hof doet voorkomen. De vader wilde hulp voor partijen om uitvoering te geven aan de nieuwe situatie van het gezamenlijk gezag, terwijl de prioriteit van de moeder lag bij invullen van formulieren voor een vakantie. De vader ontving van de moeder in eerste instantie blanco formulieren zonder details over de vakantie. De vader wilde daarover het gesprek aangaan met de moeder. De vader heeft ook zijn toestemming gegeven voor de reis van [kind] met school naar Rome en voor de keuze van haar vakkenpakket. De vader gebruikt zijn gezagspositie om informatie over [kind] op te vragen bij bijvoorbeeld haar school. De vader maakt zich grote zorgen over [kind]. Zij bevindt zich in loyaliteitsconflict wat grote gevolgen kan hebben voor haar sociale- en identiteitsontwikkeling. De vader gaat [kind] nooit dwingen tot contact met hem, maar het gezamenlijk gezag is een signaal naar [kind]. Voor zover het hof van mening is dat er een onafhankelijk advies nodig is, verzoekt de vader een raadsonderzoek te gelasten en daarbij te betrekken hoe het werkelijk met [kind] gaat en te onderzoeken wat er nodig is om (de opbouw van) het contact te herstellen. De vader heeft verzocht om een proceskostenveroordeling, omdat volgens hem het hoger beroep nodeloos is ingesteld. De moeder geeft op de mondelinge behandeling aan dat het gezamenlijk gezag geen grote rol speelt voor haar en het voor haar niet veel uit maakt of de vader mede het gezag heeft.
De raad adviseert het hof de beslissing van de rechtbank te bekrachtigen. [kind] zit klem tussen de ouders, maar het is belangrijk dat de vader een gelijkwaardige positie behoudt en geïnformeerd blijft over haar. Het is een verkeerd signaal naar [kind] dat een discussie over de (toestemming voor de) zomervakantie betekent dat er geen gezamenlijk gezag kan zijn. Er is kennelijk een spanningsveld tussen de ouders en [kind] probeert grip te krijgen op de situatie. Dat de moeder niet met de vader om de tafel kan en de vader [kind] confronteert met berichten waar zij niets mee kan, is belastend voor haar. Als de moeder met de vader het gesprek aangaat, zou dat veel oplossen. Dat is een signaal naar [kind]. De raad spreekt de hoop uit dat er bij de Gezinsmanager stappen worden gezet door de ouders.
Het hof overweegt het volgende.
Ingevolge artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechter verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Indien de andere ouder niet met het verzoek instemt, wordt het verzoek ingevolge artikel 1:253c lid 2 BW slechts afgewezen indien:
- er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
- afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Het hof acht zich, voor zover de vader heeft verzocht om een onderzoek door raad te gelasten, op grond van de stukken en mondelinge behandeling voldoende voorgelicht om een beslissing te nemen, zodat geen noodzaak bestaat om een raadsonderzoek te gelasten.
De moeder heeft het hof verzocht om de kindbehartiger van [kind] ( [naam kindbehartiger]) te horen. De vader heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het hof acht zich op grond van de stukken en mondelinge behandeling voldoende voorgelicht om in deze een beslissing te nemen, zodat het verzoek van de moeder wordt afgewezen. Het gaat in deze zaak enkel en alleen om het ouderlijk gezag. Het hof heeft uitgebreid met [kind] gesproken tijdens het kindgesprek. Niet ter discussie staat dat [kind] last heeft van de situatie. Naar het oordeel van het hof gaat het met name om de vraag hoe de ouders hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en [kind] daar buiten kunnen houden. Het horen van de kindbehartiger heeft naar het oordeel van het hof op dit moment geen toegevoegde waarde.
Het wettelijk uitgangspunt is dat er gezamenlijk gezag tussen de ouders is. Verder geldt dat voor de gezamenlijke uitoefening van het gezag is vereist dat de ouders het mogelijk maken dat beslissingen over de verzorging en opvoeding van het kind tot stand komen op een wijze die niet belastend is voor het kind en haar veiligheid niet in gevaar brengt. In het geval ouders niet (meer) samenleven en moeizaam of niet communiceren is het van belang dat, waar nodig, de verzorgende ouder die beslissingen kan nemen die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor het kind en dat de niet-verzorgende ouder deze beslissingen niet blokkeert. Ook is het van belang dat ouders, ook als zij niet in staat zijn de strijd met elkaar te staken, tenminste in staat zijn om het kind buiten die strijd te houden.
Het gaat niet goed met [kind]. Zij zit klem tussen de ouders, hetgeen duidelijk naar voren komt tijdens het kindgesprek en ook wordt gesignaleerd door de raad. Dat [kind] klem zit tussen de ouders is naar het oordeel van het hof echter niet direct een gevolg van de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Uit het dossier volgt dat de ouders in staat zijn onderling contact te onderhouden per e-mail over zaken aangaande [kind]. De vader heeft sinds 2023 geen contact met [kind], maar wordt door de moeder op de hoogte gehouden over het wel en wee van [kind] en vraagt informatie op bij instanties zoals school, om op de hoogte te blijven. Die informatie zal de vader ook zonder het gezag krijgen. Het geven van toestemming voor de zomervakantie van de moeder met [kind] is lastig verlopen, maar er zijn verder geen problemen geweest met de uitoefening van het gezamenlijk gezag. De vader heeft zijn toestemming gegeven voor de reis van [kind] met school naar Rome en voor haar vakkenpakket. De uitoefening van het ouderlijk gezag is aan de vader en de moeder. Dit zal, gelet op de leeftijd van [kind] in combinatie met haar hoge intelligentieniveau, niet altijd gemakkelijk zijn maar het is aan de ouders om naar [kind] duidelijk te maken en uit te dragen dat zij hierin geen verantwoordelijk draagt. Dat [kind] niet wil dat haar vader mede beslissingen neemt over haar, betekent niet dat er moet worden afgeweken van het wettelijk uitgangspunt dat er gezamenlijk gezag tussen de ouders is. Het hof onderschrijft de beredenering van de raad dat dit een verkeerd signaal afgeeft naar [kind]. De uitoefening van het gezamenlijk gezag is een verantwoordelijkheid van de ouders en niet van [kind]. Er zijn ook geen aanwijzingen dat het beëindigen van het gezamenlijk gezag anderszins in het belang van [kind] noodzakelijk is. De moeder geeft aan dat het niet goed gaat met [kind], maar zij verwacht niet dat het eenhoofdig gezag hier ineens verandering in zal brengen. Daar komt bij dat er in de praktijk op korte termijn geen (grote) gezagsbeslissingen verwacht worden en [kind] veel medische beslissingen al zelf mag nemen. Het hof spreekt de hoop uit dat het traject bij de Gezinsmanager de verstandhouding tussen de vader en de moeder zal verbeteren en dat zij leren om [kind] buiten de ouderlijke verantwoordelijkheden te houden. Het hof gunt de ouders én [kind] individuele hulpverlening om met de huidige situatie om te gaan.
Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, bekrachtigen.
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, gelet op de aard van de zaak. In familiezaken wordt in het algemeen overgegaan tot compensatie van de proceskosten, hetgeen inhoudt dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen. De redelijkheid en billijkheid brengen mee dat niet te snel tot een kostenveroordeling van een van de partijen wordt overgegaan. Ook in familierechtelijke zaken kunnen zich echter gevallen voordoen waarbij het juist in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om de proceskosten te compenseren. Er dient dan duidelijk sprake te zijn van het nodeloos in hoger beroep betrekken van de wederpartij. Dat is in deze zaak niet het geval.
4 De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 januari 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van
deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.D.M. van der Linden, E.M.C. Dumoulin en M.J.C. van Leeuwen en is op 6 november 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.